inloggen

Uitspraak AT 12 juni 2017

UITSPRAAK Arbeidsdeskundig Tuchtcollege van 12 juni 2017

 

Uitspraak van het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege SRA, hierna te noemen: 'het Tuchtcollege', op de klacht van klaagster tegen de register-arbeidsdeskundige, hierna te noemen: 'beklaagde'.

 

Feiten

 

Klaagster heeft op 8 mei 2016 een klacht ingediend bij SRA tegen beklaagde wegens, kortgezegd, beweerdelijk seksueel misbruik in de periode van januari 2011 tot en met januari 2012. Beklaagde heeft aangevoerd dat de klacht niet ontvankelijk is, nu deze niet is ingediend binnen een termijn van drie jaren na de dag waarop de gedraging betrekking heeft.

 

Beoordeling

 

Gelet op art. 3.3 sub b van het Tuchtreglement SRA is een klacht niet ontvankelijk indien deze niet is ingediend binnen drie jaar na de dag waarop de gedraging betrekking heeft.

 

Uit de stukken in het dossier kan worden afgeleid dat het vermeende misbruik, zoals klaagster zelf ook stelt, heeft plaatsgehad in de door betoogde periode van januari 2011 - januari 2012. Vanaf dat moment is de driejaarstermijn aldus gaan lopen. Klaagster heeft haar klacht ingediend op 8 mei 2016. Tussen het moment waarop het vermeende misbruik zou hebben plaatsgevonden en het moment van het indienen van de klacht waren de derhalve reeds meer dan drie jaren verstreken. Gelet daarop moet de klacht niet ontvankelijk worden verklaard.

 

Het Tuchtcollege tekent daarbij aan dat de in art. 3.3 sub b van het Tuchtreglement SRA genoemde termijn, door deze duidelijk af te bakenen, is bedoeld als een maximale termijn waarop geen uitzonderingen kunnen worden aanvaard. Steun daarvoor put het Tuchtcollege ook uit het feit dat SRA er kennelijk voor heeft gekozen om de termijn in het huidige Tuchtreglement uitdrukkelijk tot drie jaar te beperken, zulks in tegenstelling tot de voor 1 oktober 2010 geldende regeling waarin geen enkele termijn was opgenomen.

 

Gelet op het voorgaande strandt het (impliciete) betoog van klaagster op een verschoonbare termijnoverschrijding. Ten overvloede verwerpt het Tuchtcollege dat betoog in deze zaak ook overigens, omdat klaagster zelf heeft verklaard dat zij zich in april 2012 naar aanleiding van gesprekken met haar psychotherapeut realiseerde dat het (beweerdelijke) gedrag van beklaagde in hoge mate grensoverschrijdend was. Daarover heeft zij ook uitvoerig verklaard tijdens het onderzoek van Bureau Integriteit van het UWV dat eveneens reeds plaatsvond in 2012. Aan een en ander doet voorts evenmin af dat klaagster kennelijk pas kort voor de indiening van de klacht bekend is geworden met de mogelijkheid tot het kunnen indienen van een klacht tegen beklaagde bij het SRA.

 

Beslissing

 

Het Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in de klacht.

Deze uitspraak is gegeven op 12 juni 2017 door E.J. Wervelman, voorzitter, de heer

F. Hoebink en mevrouw C. Boulonois, leden.