Uitspraak AT 4 juli 2016 (annotatie)

Het betreft een uitspraak over het niet-ontvankelijk verklaren van de klager.

In oktober 2015 heeft de advocaat van klager (KL) een klacht ingediend tegen een register-arbeidsdeskundige (AD).

In november 2015 heeft de AD een verweerschrift laten indien door zijn raadsman.

In januari 2016 hebben gesprekken plaatsgevonden door beide partijen met de Arbeidsdeskundig Ombudsman afzonderlijk en gezamenlijk met elkaar. Een en ander heeft niet tot overeenstemming geleid. Beide partijen zijn op 24 februari 2016 geïnformeerd over de mogelijkheid binnen 6 weken na dagtekening van de brief hieromtrent een klacht bij het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege in te dienen.

Op 12 mei 2016, dus ruimschoots na 6 weken na verzending van bovengenoemde kennisgeving, heeft de advocaat van KL de SRA verzocht de klacht aan het AT voor te leggen.

Op grond van de verstreken termijn heeft het AT beslist klager niet-ontvankelijk te verklaren. Het tuchtreglement is hier duidelijk over.

 

Commentaar

Inhoudelijk is deze zaak voor de register-arbeidsdeskundigen niet interessant omdat het puur om een procesmatige kwestie gaat, het niet-tijdig voorleggen van een klacht aan het AT. Dat is begrijpelijk maar het is jammer dat hierdoor de inhoud van de kwestie voor de beroepsgroep niet inzichtelijk is. Voor de betreffende AD is het wellicht prettig dat het AT zich niet over de klacht heeft hoeven uitspreken; anderzijds kan het  onbevredigend zijn niet te horen hoe het AT over de klacht zou hebben geoordeeld.

 

Mw. mr. V. Fransçoise,

Register-arbeidsdeskundige

 

© 2018 Stichting Register Arbeidsdeskundigen