Uitspraak AT 5 oktober 2015 (annotatie)

Dit betreft de uitspraak AT 5 oktober 2015

Er zijn door de arbeidsdeskundige (beklaagde) 2 arbeidskundige rapportages uitgebracht aan de werkgever van de klager, namelijk in juli 2012 en in januari  2015. Het betrof arbeidskundige onderzoeken naar re-integratiemogelijkheden in opdracht van de werkgever van klager.

De klager verwijt beklaagde het volgende

1. Klager is van mening dat de gesprekken die beklaagde met hem heeft gevoerd in het kader van de onderzoeken, niet zorgvuldig waren (te weinig tijd, geen ruimte voor inbreng klager, monoloog beklaagde, afzonderlijke gesprekken met werkgever en werknemer, geen 3-gesprek).   

2. Omdat beklaagde door de werkgever is uitgekozen en betaald, is klager van mening dat beklaagde niet objectief, onafhankelijk en onpartijdig was.  

3. Beklaagde wordt door klager voorts verweten dat hij de vertrouwelijke mail van klager van 13 januari 2015 met de werkgever van klager heeft gedeeld. 

4. Klager is van mening dat hij op beide momenten niet zorgvuldig werd geïnformeerd over de opdracht en het onderzoek van beklaagde. 

5. Klager verwijt beklaagde dat hij de rapportage van 2 juli 2012 niet eerst in concept aan klager heeft voorgelegd maar direct aan de werkgever  heeft verzonden. 

6. Verder verwijt klager beklaagde dat hij bij zijn onderzoeken gebruik heeft gemaakt van verouderde FML's van 2007 en 2012 en niet de juiste gegevens over zijn functie heeft gebruikt (heeft geen gebruik gemaakt van de rolprofielen die de werkgever hanteert). 

7. Klager van mening dat de rapportages van beklaagde niet aan de eisen voldoen die in artikel 3 gedragscode worden gesteld (onvoldoende professionele onderbouwing van de conclusies). 

8. Klager is door beklaagde in strijd met artikel 7 gedragscode niet respectvol behandeld. 

Procedurele klachten van beide partijen:

Kort voor de zitting heeft klager nog een aantal stukken aan de procedure toegevoegd. Ook beklaagde heeft tijdens de zitting een pleitnota ingebracht. Beide partijen stellen dat de stukken van de andere partij niet mogen meewegen in de procedure. Het arbeidskundig tuchtcollege kan echter beslissen om te laat ingebrachte stukken toch toe te laten. In deze zaak besloot het tuchtcollege deze stukken toe te laten omdat ze én geen nieuwe feiten bevatten én ook niet zodanig laat zijn ingediend dan wel zodanig ingewikkeld zijn - dat de andere partij daar niet op zou kunnen reageren. Hierdoor worden beide partijen in hun mogelijkheden van verweer niet geschaad.

 

Het tuchtcollege oordeelt over de inhoudelijke klachten als volgt:

Ad. 1. Ten aanzien van de zorgvuldigheid over de gespreksvoering en verslaglegging  oordeelt het tuchtcollege dat er geen aanwijzingen zijn voor onzorgvuldig handelen; uit de verslaglegging en wat ter zitting aan de orde kwam is hiervan niets gebleken. De gedragscode verbiedt niet dat werkgever en werknemer afzonderlijk worden gesproken en in de rapportages is zorgvuldig verslag gedaan van de gesprekken tussen werkgever en beklaagde; daarbij is de inbreng van beklaagde meegewogen. 

Ad. 2. Uit de rapportages blijkt volgens het tuchtcollege dat beklaagde onafhankelijk, onpartijdig en objectief onderzoek heeft verricht; van belangenverstrengeling is niets gebleken.   

Ad. 3. Ten aanzien van de met werkgever gedeelde mail van klager oordeelt het tuchtcollege dat dit verwijt een feitelijke grond mist. 

Op grond van bovenstaande acht het college dat niet is aangetoond dat beklaagde in strijd met de art. 1, de algemene toetsnorm, heeft gehandeld (verantwoordelijk handelen op basis van de voor arbeidsdeskundigen geldende professionele standaard). 

Ad. 4 en 5. Ten aanzien van deze klachten oordeelt het tuchtcollege dat met name ter zitting is gebleken dat beklaagde duidelijkheid heeft verschaft over zijn rol en handelwijze. Dat de eerste rapportage niet in conceptvorm aan klager werd toegestuurd, maakt dit niet anders. Het is geen verplichting een conceptrapportage aan betrokkene toe te sturen, maar het tuchtcollege acht dit  wel aanbevelenswaardig. 

Ad. 6. Het tuchtcollege oordeelt dat uit de stukken en ter zitting is gebleken dat wel degelijk uitgegaan is van de meest recente FML. Ten aanzien van de rolprofielen oordeelt het tuchtcollege dat niet de competenties maar de (medische) belastbaarheidsgegevens van betrokkene leidend zijn bij de re-integratie; beklaagde is daar terecht van uit gegaan en heeft de door werkgever gebruikte rolprofielen terecht buiten beschouwing gelaten. 

Het tuchtcollege is van mening dat op grond van bovenstaande niet in strijd met art. 2 (te verschaffen en vergaarde informatie) en art. 3 van de gedragscode (eisen aan rapportages) is gehandeld. Klager is door beklaagde vooraf geïnformeerd en er is op deskundige, inzichtelijke en consistente wijze verslag gedaan van feiten en conclusies; de grenzen van redelijkheid en billijkheid zijn daarbij niet overschreden. 

Ten aanzien van art. 7 van de gedragscode, het aangevoerde ontbreken van respect voor klager, meent het tuchtcollege dat daarvan niets is gebleken, noch uit de stukken, noch uit wat tijdens de zitting naar voren is gekomen. Het feit dat klager voor het eerst in 2015 heeft geklaagd over beklaagde, terwijl dit zou berusten op feiten uit 2012, doet volgens het tuchtcollege afbreuk aan de ernst en aannemelijkheid van de klachten. 

Op alle punten acht het tuchtcollege de klachten van klager ongegrond.   

Commentaar

Puntsgewijs en op inzichtelijke wijze maakt het tuchtcollege in deze zaak duidelijk dat, indien klachten voornamelijk berusten op de beleving van klager, deze niet snel aannemelijk zijn. Ook een zeer late indiening van klachten doet afbreuk aan de aannemelijkheid daarvan.

Als uit de stukken blijkt dat de handelwijze van de arbeidsdeskundige inzichtelijk is en ook tijdens de zitting blijkt dat de arbeidsdeskundige aantoonbaar conform de gedragscode heeft gehandeld, dan staat klager met zijn klachten niet sterk.

Deze zaak benadrukt het belang van inzichtelijke rapportages:  een goede weergave van gevoerde gesprekken, van geconstateerde feiten en een degelijke onderbouwing van ingenomen standpunten en conclusies. Het tuchtcollege doet nog een aanbeveling ten aanzien van het sturen van concept-rapportages; dit is volgens het tuchtcollege niet verplicht maar voorkomt dat er achteraf discussie over tekst en interpretatie kan ontstaan. 

Mw. mr. V. Fransçoise

© 2018 Stichting Register Arbeidsdeskundigen