Uitspraak AT 6 mei 2015 (annotatie)

In deze zaak heeft het Arbeidskundig Tuchtcollege een register-arbeidsdeskundige berispt, omdat deze niet in ging op expliciete verzoeken van de werknemer (klager) om met hem in gesprek te gaan. Daarbij liet het tuchtcollege meewegen dat tijdens behandeling van de zaak de arbeidsdeskundige weinig besef toonde van de ernst van de nalatigheden.

Kort schets van de zaak: Een werknemer (klager) was uitgevallen wegens ziekte. De werkgever verzocht de arbeidsdeskundige om advies over de interne re-integratiemogelijkheden. Het arbeidskundig onderzoek bestond uit een aantal gesprekken met werknemer, bedrijfsarts en de loopbaanadviseur van werknemer gezamenlijk. Na ontvangst van het concept-rapport van de arbeidsdeskundige, verzocht werknemer om een gesprek met de arbeidsdeskundige over de bevindingen. Deze heeft geweigerd alleen met werknemer in gesprek te gaan. Aansluitend stuurde hij het definitieve rapport aan werkgever. Ook na opstelling van een tweede aanvullend rapport weigerde de arbeidsdeskundige alleen met werknemer in gesprek te gaan en stuurde de definitieve versie naar werkgever.

De arbeidsdeskundige heeft aangevoerd dat hij zijn objectiviteit wilde bewaren en wilde voorkomen dat hij gezien zou worden als belangenbehartiger van werknemer; hij was van mening dat de werkgever steeds betrokken zou moeten zijn bij gesprekken, mede vanwege de kosten voor werkgever. Ook achtte hij de aanwezigheid van werkgever van belang omdat hij onvoldoende zicht had op de mogelijkheden van passende arbeid bij werkgever.

 

Commentaar: De doelstelling van de SRA is onder meer '…het beschermen van de belangen van een ieder die met de beroepsuitoefening van de register-arbeidskundigen in aanraking komt'. De regels van de gedragscode en instelling van het Tuchtcollege beogen dit te bevorderen. In deze zaak heeft het Tuchtcollege een maatregel opgelegd met een verwijtende en veroordelende strekking (berisping).

In eerdere zaken is al aan de orde gekomen dat de gedragscode weliswaar niet expliciet voorschrijft dat de arbeidsdeskundige een cliënt persoonlijk spreekt, maar dat de arbeidsdeskundige een groot risico neemt door dit na te laten. In deze zaak wijst het college nadrukkelijk op de toenaderingsverantwoordelijkheid, om op redelijke wijze met de cliënt in gesprek te komen en te blijven. Door ondanks de expliciete en redelijke verzoeken niet met werknemer in gesprek te gaan, heeft de arbeidsdeskundige onvoldoende zorgvuldig gehandeld. Het belang van werknemer in deze zaak was evident, gezien het onderzoek naar re-integratiemogelijkheden bij de eigen werkgever. Zeker gezien het feit dat de arbeidsdeskundige geen zicht had op de interne re-integratiemogelijkheden, had deze zijn concept-rapporten niet definitief mogen maken zonder de werknemer te spreken.

Overigens mag van een professionele arbeidsdeskundige worden verwacht dat deze in staat is zijn objectiviteit te bewaren, ook als hij afzonderlijk met partijen spreekt.

12 augustus 2015

mr. V. Fransçoise
© 2018 Stichting Register Arbeidsdeskundigen