Uitspraak CAT van 1 mei 2020 (zaaknummer: 2020/19 CAT)

Uitspraak

CAT van 1 mei 2020 (zaaknummer: 2020/19 CAT)

Trefwoorden:

Niet-ontvankelijkheid

Samenvatting:

Klager is in beroep gekomen tegen een beslissing van het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege. Hij heeft de verschuldigde administratiekosten niet voldaan. Daarnaast heeft hij medegedeeld zijn beroepschrift in te trekken. Klager is daarom niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Uitspraak:

Uitspraak van het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege, hierna te noemen: “het Tuchtcollege”, op de klacht van:

hierna te noemen : “klager”,

klager in hoger beroep,

tegen

verweerster,

verweerster in hoger beroep,

gemachtigde mr. drs. V.N. van Waterschoot, advocaat in Nijmegen.

1. Procesverloop:

1.1. Bij beroepschrift van 20 februari 2019 heeft klager tijdig beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege (AT) van 16 januari 2020 met zaaknummer 19-56/AT, gegeven tussen klager en verweerster. Voor het procesverloop bij het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege verwijst het college naar wat in die uitspraak is vermeld en naar de daarin genoemde stukken onder “Procesverloop”.

1.2. Klager is op 20 februari 2020 door het secretariaat SRA op voet van artikel 18 lid 4 van het Tuchtcollege SRA gedurende vier weken in de gelegenheid gesteld zijn beroepschrift aan te vullen. Aan klager is voorts verzocht de verschuldigde administratiekosten te voldoen.

1.3. Bij brief van 6 maart 2020 heeft klager medegedeeld zijn beroepschrift in te trekken. De administratiekosten zijn door klager niet voldaan.

1.4. Overeenkomstig artikel 19 van het Tuchtreglement SRA is vervolgens verweerster gedurende 4 weken in de gelegenheid gesteld haar standpunt kenbaar te maken.

1.5. Op 16 april 2020 heeft verweerster medegedeeld dat de zaak als afgedaan kan worden beschouwd en dat zij geen aanleiding ziet om incidenteel hoger beroep in te stellen.

1.6. Vervolgens is uitspraak bepaald.

2. De overwegingen van het Tuchtcollege:

2.1. Het CAT stelt vast dat klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn beroep nu:

- het beroepschrift niet voldoet aan artikel 18.2 sub c. van het Tuchtreglement SRA en klager, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld op voet van artikel 18.4 van het Tuchtreglement SRA, zijn beroepschrift niet met de gronden van beroep heeft aangevuld;

- klager de administratiekosten niet heeft voldaan en

- klager tenslotte heeft medegedeeld het beroep in te trekken.

Beslissing:

Het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege:

  • Verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Aldus beslist door het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege op 1 mei 2020 door mr. J.W. van Rijkdom, voorzitter, en de heren P. van Kesteren en L. Janssen, leden.

Noot:

Uitspraak op zichzelf logisch

Op zichzelf is de uitspraak van het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege logisch en wekt deze geen verwondering. Wie beroep instelt tegen een uitspraak van het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege is immers administratiekosten verschuldigd ter hoogte van een bedrag van € 100,--. Dat blijkt uit artikel 3.6 van het Tuchtreglement SRA. De administratiekosten dienen op eerste verzoek van het secretariaat SRA binnen 14 dagen na dat verzoek te zijn bijgeschreven op het bankrekeningnummer van SRA. Onvolledige betalingen of betalingen die nadien zijn bijgeschreven leiden tot niet-ontvankelijkheid van klager.

Ook de intrekking van het beroepschrift door klager leidt daar vanzelfsprekend toe. Terecht heeft het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege verweerster daarbij overigens in de gelegenheid gesteld om aan te geven of zij incidenteel beroep wilde instellen tegen de beslissing. Laat het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege dat na, dan zou het kunnen zijn dat verweerster zelf in beroep wilde komen, maar zou haar de mogelijkheid daartoe zijn ontnomen door de enkele gevolgtrekking dat klager het beroep wilde intrekken. Dat zou niet terecht zijn.

Nu klager ook de gronden van het beroep niet heeft aangevuld is zijn beroep ook om die reden niet-ontvankelijk. Het beroepschrift moet immers in ieder geval de gronden van het beroep inhouden, zoals blijkt uit artikel 18.2 onder c Tuchtreglement SRA.

Toch niet de eerste keer dat administratiekosten niet worden betaald

Toch is het niet de eerste keer dat het CAT een uitspraak heeft gedaan over de niet betaling van de administratiekosten. De niet-betaling van de administratiekosten leidde eerder tot niet-ontvankelijkheid in de klacht die leidde tot de uitspraak van het CAT van 19 juni 2014. Klager voerde in die zaak een discussie (met SRA) over de grondslag van de administratiekosten. Het CAT verwierp dat betoog door aan te geven dat het verlangen van de betaling is gebaseerd op de regelgeving van de stichting (SRA). Daaraan heeft klager zich te onderwerpen nu hij tegen een register-arbeidsdeskundige een klacht heeft ingediend die op die regelgeving is gebaseerd. Daarbij is niet relevant of SRA aan klager een toelichting heeft gegeven die voor hem aanvaardbaar is of niet. Ook de nadien door klager opgeworpen discussie geeft hem niet het recht om zijn betalingsverplichting op te schorten, aldus het CAT.

Andere gronden voor niet-ontvankelijkheid

Er zijn meer redenen op grond waarvan een klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht bij SRA tegen een register-arbeidsdeskundige. Zo dient de klacht te zijn ingediend binnen drie jaar na de dag waarop de gedraging betrekking heeft (art. 3.3 sub 3 Tuchtreglement SRA). Een voorbeeld van overschrijding van die termijn vormt de uitspraak van het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege van 19 maart 2018. De klacht zag (gedeeltelijk) op een rapport uit 2012, maar werd pas ingediend op 28 februari 2017. De termijn van drie jaar na de bekendmaking van het rapport was dus overschreden. Bij de verdere behandeling liet het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege het klachtonderdeel dat betrekking had op de rapportage van beklaagde uit 2012 dan ook buiten beschouwing. Voor zover de klacht betrekking had op de wijze van de totstandkoming en de inhoud van een rapport uit 2014 was klager wel ontvankelijk in zijn klacht.

Tot niet-ontvankelijkheid leidt ook een overschrijding van de termijn van zes weken na verzending van de brief van de Arbeidsdeskundig Ombudsman, indien hij heeft vastgesteld dat (verdere) bemiddeling naar aanleiding van een ingediende klacht vruchteloos is (art. 9.6 Tuchtreglement SRA). Dat speelde in de casus die leidde tot de uitspraak van het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege van 4 juli 2016.

Soms komt het voor dat een register-arbeidsdeskundige klaagt over het gedrag van een andere register-arbeidsdeskundige. In die situatie bepaalt het Tuchtreglement SRA in art. 3.4 dat de klagende register-arbeidsdeskundige pas in zijn klacht kan worden ontvangen, indien hij de interne klachtenprocedure van de organisatie waar de aangeklaagde arbeidsdeskundige werkzaam is ten tijde van het indienen van de klacht met SRA volledig heeft benut. Het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege overwoog in de uitspraak van 29 november 2017 dat de interne klachtenprocedure niet was doorlopen en verklaarde de klagende register-arbeidsdeskundige aldus niet-ontvankelijk.

Mr. dr. E.J. Wervelman, advocaat bij VWW Advocaten-Mediation te Utrecht.