Uitspraak AT van 21 juni 2021 (zaaknummer: 21/ 66 AT)

(download als pdf)

Uitspraak AT van 21 juni 2021 (zaaknummer: 21/ 66 AT)

Trefwoorden

Eigen onderzoek. Betrouwbare, actuele en verifieerbare (medische) gegevens. Ongegrond.

Artikelen Gedragscode SRA

Art. 2

Samenvatting

Anders dan klager betoogt, heeft verweerster wel degelijk eigen onderzoek heeft gedaan. Ook heeft verweerster zich er naar het oordeel van het AT in voldoende mate van vergewist dat zij bij de behandeling van de aanvraag en het opstellen van haar rapportage de beschikking had over betrouwbare, actuele en verifieerbare (medische) gegevens, zoals artikel 2 lid 1 Gedragscode SRA voorschrijft. Niet gebleken is dat verweerster bij de behandeling van de aanvraag van klager gebruik heeft gemaakt van informatie waarover klager niet kon en mocht beschikken. Verweerster heeft gebruik gemaakt van het bij haar werkgever wettelijk toegestane en beschikbare dossier van klager en van openbare bronnen, zoals het internet. Ook het onderdeel van de klacht waarin klager verweerster verwijt dat zij ten onrechte in zijn dossier heeft zitten “neuzelen” en daarmee zijn privacy is geschonden is ongegrond.

Uitspraak AT van 21 juni 2021 (zaaknummer: 21/66 AT)

 

Uitspraak van het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege SRA, hierna te noemen: “het Tuchtcollege”, op de klacht van:

klager

tegen

register-arbeidsdeskundige,
hierna te noemen: “verweerster”,

1. Procesverloop

1.1. Door middel van het websiteformulier is door klager op 7 september 2020 een klacht gedateerd 13 augustus 2020 over de handelwijze van verweerster ingediend bij het secretariaat SRA. Bij het websiteformulier en de klacht zijn door klager diverse bijlagen gevoegd.

1.2. Op 28 oktober 2020 is door (de gemachtigde van) verweerster op de klacht gereageerd. Bij deze reactie horen 10 bijlagen. Door de gemachtigde van verweerster is daarbij tevens een volmacht van verweerster overgelegd.

1.3. De Arbeidsdeskundig Ombudsman SRA heeft op 12 januari 2021 aan het secretariaat SRA laten weten, dat de behandeling van de klacht niet tot een oplossing heeft geleid en daarmee niet vruchtbaar is gebleken. Verder heeft de ombudsman met deze brief laten weten, dat aan klager is meegedeeld dat hij zijn klacht aan het Tuchtcollege kan voorleggen.

1.4. Met een ongedateerd bericht heeft klager aan het secretariaat SRA tijdig laten weten dat de klacht aan het Tuchtcollege dient te worden voorgelegd. Daarbij heeft klager de klacht nader toegelicht en aanvullende bijlagen overgelegd.

1.5. Op 10 februari 2021 heeft de gemachtigde van verweerster een verweerschrift met een aanvullende bijlage ingediend.

1.6. Vanwege de corona-maatregelen is, met instemming van zowel klager als verweerster, afgezien van mondelinge behandeling van de klacht door het Tuchtcollege. In plaats daarvan zijn partijen in de gelegenheid gesteld om bij het Tuchtcollege een schriftelijk pleidooi in te dienen van welke mogelijkheid verweerster gebruik heeft gemaakt. Vervolgens hebben klager en verweerster nog schriftelijk op elkaar gereageerd.

1.7. Na deze schriftelijke reacties heeft het Tuchtcollege aan klager en beklaagde laten weten dat het onderzoek is gesloten en uitspraak zal worden gedaan.

2. Feiten

2.1. Voor de beoordeling van de klacht wordt, gelet op genoemde stukken, door het Tuchtcollege van de volgende feiten uitgegaan.

2.2. Door klager is op 29 maart 2020 bij werkgever van verweerster een aanvraag ingediend voor een aantal onderwijsvoorzieningen in de thuissituatie. 

2.3. Verweerster kreeg van haar werkgever de opdracht deze aanvraag te behandelen en te onderzoeken of klager in aanmerking komt voor de aangevraagde voorzieningen.

2.4. In verband met de behandeling van de aanvraag heeft verweerster het bij haar werkgever bekende dossier van aanvrager (gegevens uitkering, eerdere aanvragen, bezwaar en beroep) doorgenomen, collegiaal overleg gepleegd met haar leidinggevende, de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep en de stafarbeidsdeskundige Voorzieningen van de divisie Werk van werkgever. Voorts had verweerster contact met de onderwijsinstelling van klager over de structuur en de opbouw van het onderwijs en is informatie over de opleiding van klager geraadpleegd op internet. Bovendien pleegde verweerster overleg met een verzekeringsarts over de vraag of er in het medisch dossier van klager sprake is van gegevens die een nieuw licht werpen op de zaak. 

2.5. Op 3 april 2020 heeft verweerster haar onderzoek afgerond en haar onderzoeksrapport aan de beslisser Voorzieningen van haar werkgever toegezonden. Het advies van verweerster was dat klager niet in aanmerking dient te worden gebracht voor de aangevraagde voorzieningen.

2.6. Bij besluit d.d. 20 april 2020 is de aanvraag van klager afgewezen. 

2.7. Op 7 mei 2020 heeft klager bij werkgever van verweerster geklaagd over de handelwijze van verweerster.

3. De klacht

3.1. De klacht houdt, kort samengevat, in dat verweerster bij de behandeling van zijn aanvraag en het uitbrengen van haar rapportage van 3 april 2020:

- heeft nagelaten een eigen onderzoek in te stellen en slechts gebruik heeft gemaakt van de rapportage van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van werkgever van verweerster;

- medisch onderzoek had moeten laten instellen omdat zij had moeten inzien dat er sprake was van veranderde medische omstandigheden;

- verweerster onnodig in het dossier van klager heeft zitten “neuzelen” en de privacy van klager heeft geschonden.

3.2. Klager heeft de klacht later aangevuld met de klacht dat verweerster geweigerd heeft hem te wijzen op de mogelijkheid een klacht bij de SRA in te dienen.

3.3. Daarmee zou verweerster hebben gehandeld in strijd met de algemene toetsnorm van artikel 1 Gedragscode SRA (in acht nemen van de zorg van een redelijk handelend en redelijk bekwaam arbeidsdeskundige) en artikel 2 lid 2 Gedragscode SRA (de arbeidsdeskundige ziet er bij de afweging van belasting en belastbaarheid op toe dat hij de beschikking heeft over betrouwbare, actuele en verifieerbare (medische) gegevens). 

4. Het verweer

4.1. Verweerster voert verweer. Daar wordt, voor zover nodig, in het hiernavolgende op ingegaan. 

5. De werkwijze van het Tuchtcollege

5.1. Op grond van artikel 11.2 van het Tuchtreglement SRA toetst het Tuchtcollege een klacht aan de Statuten, Reglementen en/of de Gedragsregels van de SRA (Gedragscode SRA) en de daaruit voortvloeiende jurisprudentie. 

5.2. Volgens artikel 1 van het Tuchtreglement SRA is een klacht een “blijk van onvrede die betrekking heeft op een gedraging van een arbeidsdeskundige in die hoedanigheid”.  

5.3. Het Tuchtcollege oordeelt op basis van de klacht uitsluitend over het gedrag van een arbeidsdeskundige. Bij de beoordeling van het handelen van de arbeidsdeskundige gaat niet om wat er achteraf gezien allemaal meer of anders had gekund of gemoeten. Door het Tuchtcollege wordt uitsluitend de vraag beantwoord of gezegd kan worden dat beklaagde met het gedrag waarover wordt geklaagd, is gebleven binnen hetgeen ten tijde van het klachtwaardig geacht handelen binnen de beroepsgroep van arbeidsdeskundigen ter zake als norm was aanvaard.

5.4. In dit geval beoordeelt het Tuchtcollege dus of de handelwijze van verweerster bij de behandeling van de aanvraag van klager en uitbrengen van de rapportage van 3 april 2020 voldoet aan de normen zoals vastgelegd in artikel 1 en 2 lid 1 Gedragscode SRA.

5.5. Voor de duidelijkheid en ter voorlichting van klager: het Tuchtcollege geeft geen oordeel over het inhoudelijke geschil tussen klager en werkgever van verweerster over de aangevraagde voorzieningen. Ook geeft het Tuchtcollege geen oordeel over het gesprek bij de Arbeidsdeskundig Ombudsman SRA of over de handelwijze van werkgever van verweerster in het dossier van klager. Dit laat het Tuchtcollege bij de beoordeling van de klacht buiten beschouwing. Uitsluitend de handelwijze van verweerster waarover geklaagd is onderwerp van beoordeling door het Tuchtcollege.

6. De overwegingen van het Tuchtcollege

6.1. Op grond van de genoemde feiten en hetgeen klager en verweerster over en weer hebben aangevoerd overweegt en oordeelt het Tuchtcollege als volgt.

6.2. Zoals door verweerster is aangevoerd, had de aanvraag van klager reeds op formeel-juridische gronden afgewezen kunnen worden, maar is er -uit een oogpunt van zorgvuldigheid- voor gekozen om de aanvraag toch in behandeling te nemen en onderzoek te doen. De handelwijze van verweerster bij dat onderzoek, ook al is dat wellicht ten overvloede en uitsluitend uit een oogpunt van zorgvuldigheid uitgevoerd, dient vervolgens wel te voldoen aan de normen zoals deze zijn vastgelegd in de Gedragscode SRA.

6.3. Door klager is, tegenover de gemotiveerde toelichting en betwisting door verweerster, niet aannemelijk gemaakt, dat verweerster geen eigen onderzoek heeft gedaan, maar uitsluitend gebruik heeft gemaakt van het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Uit de door verweerster overgelegde stukken en de toelichting van verweerster is het Tuchtcollege gebleken van het eigen onderzoek dat door verweerster is gedaan.

Dit onderdeel van de klacht is het naar het oordeel van het Tuchtcollege dan ook ongegrond.

6.4. Ook het onderdeel van de klacht dat verweerster geen rekening heeft gehouden met veranderde medische omstandigheden en medisch onderzoek had moeten laten doen, is naar het oordeel van het Tuchtcollege ongegrond. 

Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat ten tijde van de aanvraag en de rapportage van verweerster sprake was van veranderde medische omstandigheden waar verweerster rekening mee had moeten houden. De door klager bij de nadere toelichting op de klacht overgelegde medische rapportage van 20 november 2020, dateert van ruim na de aanvraag van klager en behandeling van deze aanvraag door verweerster. Bovendien ziet deze rapportage op een andere aanvraag. Uit de toelichting van verweerster blijkt dat zij in het kader van de aanvraag van klager overleg heeft gepleegd met een verzekeringsarts en heeft nagevraagd of er sprake was van een gewijzigde medische situatie, hetgeen niet het geval bleek. Daarmee heeft verweerster zich er naar het oordeel van het Tuchtcollege in voldoende mate van vergewist dat zij bij de behandeling van de aanvraag en het opstellen van haar rapportage de beschikking had over betrouwbare, actuele en verifieerbare (medische) gegevens, zoals artikel 2 lid 1 Gedragscode SRA voorschrijft. 

6.5. Noch uit de stukken noch uit hetgeen klager en verweerster over en weer hebben aangevoerd en toegelicht, is het Tuchtcollege gebleken dat verweerster bij de behandeling van de aanvraag van klager gebruik heeft gemaakt van informatie waarover klager niet kon en mocht beschikken. Verweerster heeft gebruik gemaakt van het bij haar werkgever wettelijk toegestane en beschikbare dossier van klager en van openbare bronnen zoals het internet. 

Ook het onderdeel van de klacht waarin klager verweerster verwijt dat zij ten onrechte in zijn dossier heeft zitten “neuzelen” en daarmee zijn privacy is geschonden, is naar het oordeel van het Tuchtcollege ongegrond.

6.6. Door klager is naar de mening van het Tuchtcollege verder niet aannemelijk gemaakt, dat verweerster geweigerd heeft om klager te wijzen op de mogelijkheid een klacht in te dienen. 

Daarmee is ook dit (later) toegevoegde klachtonderdeel ongegrond.

6.7. Op grond hiervan komt het Tuchtcollege tot het oordeel dat alle onderdelen van de klacht ongegrond zijn.

7. Slotsom

7.1. Nu alle klachtonderdelen ongegrond zijn bevonden, komt het Tuchtcollege tot de slotsom dat de klacht ongegrond dient te worden verklaard.

Beslissing

Het Tuchtcollege verklaart de door klager ingediende klacht ongegrond.

Aldus gegeven op 21 juni 2021 door:

mr. drs. M.C. van Meppelen Scheppink, voorzitter

F.M.L.J. Hoebink, lid

B.J.J. van Lieshout, lid