Nieuwsoverzicht

PERSBERICHT SRA en NVvA Corona – arbeidsdeskundig onderzoek
Zondag 15 maart 2020 heeft het kabinet aanvullende maatregelen voor onderwijs, horeca en sport aangekondigd om de verspreiding van het coronavirus te beperken.

Wij krijgen heel veel vragen over arbeidsdeskundige onderzoeken. Persoonlijk contact is daarbij de hoofdregel. Iedereen in Nederland wordt gevraagd om waar mogelijk een gepaste afstand van 1,5 meter afstand van elkaar te bewaren in verband met gevaar van besmetting door het Coronavirus.
Vanwege deze zeer bijzondere omstandigheden hebben SRA en NVvA besloten dat arbeidsdeskundige onderzoeken vanaf heden gedurende de door het kabinet aangekondigde periode tot (thans) 6 april 2020 mogen plaatsvinden via video- of beeldbellen, dan wel indien dat niet mogelijk is, telefonisch. De arbeidsdeskundige maakt daar melding van in zijn rapport.

17 maart 2020,
SRA en NVvA

Lees meer
Poll: Wel of geen conceptrapportage?

De SRA krijgt met regelmaat vragen van arbeidsdeskundigen over hoe zij moeten omgaan met verzoeken om inzage en correctie bij de totstandkoming van hun rapporten. Ook het maken van conceptrapporten roept bij veel arbeidsdeskundigen vragen op.

Lees meer
"Good governance is ook voor arbeidsdeskundigen van belang"

Interview met Jan Aghina, directeur NVZD:

Governance staat voor goed, efficiënt en verantwoord leiden. Het omvat vooral ook de relatie met de belangrijkste belanghebbenden van de arbeidsdeskundige zoals de overige arbeidsdeskundigen, werknemers, afnemers en de samenleving als geheel. Het samenspel van deskundigheid, goed gedrag, goed bestuur, en de onderlinge afspraken daartussen kan worden opgenomen in een code voor good governance.
Binnen de gezondheidszorg is governance al jaren een bekend begrip. De commissie Meurs, die in november 1999 rapporteerde over Health Care Governance, gaf een dertigtal aanbevelingen die zouden kunnen leiden tot een goed bestuur en toezicht in de zorg. Dit "blauwe boekje" was voor de NVZD- vereniging van bestuurders in de gezondheidszorg - aanleiding om in 2004 de commissie d'Hondt in te stellen, die in 2005 de Gedragscode voor de goede bestuurder publiceerde. Deze code en de oorspronkelijke aanbevelingen van de commissie Meurs tezamen vormen de oorsprong van de door de BOZ - branche organisatie zorg, waarin de vier grote branches in de gezondheidszorg met elkaar afstemmen- per 1 januari 2006 ingevoerde sectorbrede governance code, die aanwijzingen geeft voor een duidelijk en pro-actief toezicht en voor een transparant bestuur.
Jan Aghina, directeur van de NVZD was als secretaris van de commissie d'Hondt betrokken bij het tot stand komen van de gedragscode en heeft dagelijks te maken met governance problematiek in de gezondheidszorg.
Dat "blauwe boekje"van de commissie Meurs was de start, maar waarom was er in 1999 ineens zoveel belangstelling voor governance vragen in de zorg?
Jan Aghina: 'Die belangstelling was niet exclusief voor de zorg. Wij hadden de commissie Peters en de commissie Glasz al gehad. Later leidde dat ook tot de commissie Tabaksblat. Die laatste richtte zich primair op het gedrag in beursgenoteerde bedrijven, maar toch zijn waar mogelijk ook de aanbevelingen van Tabaksblat in de zorg meegenomen. Eind jaren negentig waren de zorginstellingen op zoek naar wegen om hun maatschappelijke functie te vervullen en daarover verantwoording af te leggen aan de belanghebbenden. Bovendien was er behoefte aan spelregels en duidelijkheid in de relatie Raad van Toezicht en Raad van Bestuur.'
Was dat nu een beweging die alleen in het zorgveld tot stand kwam?
Aghina: 'Nee, je moet eerder denken aan een breed gedragen idee vanuit de zorg en de overheid dat de sector tot een vorm van zelfregulering moest komen op het gebied van bestuur, toezicht en verantwoording. Kenmerk moest daarbij zijn de begrippen openheid, inzichtelijkheid en beïnvloeding door stakeholders. De governance gedachte biedt dan mogelijkheden.'
En de overheid? 'Enerzijds schreven die toentertijd in het regeerakkoord dat er meer ruimte moest komen voor beleid vanuit het veld en anderzijds werden er in het Reglement Jaarverslaglegging zorgregels gesteld ten aanzien van de verantwoording. Laten we zeggen dat die twee ontwikkelingen in het veld en bij de overheid parallel liepen.'
Hoe kwam de NVZD dan bij de gedragscode?
Aghina: 'Alle voorgaande inspanningen waren gericht op de instellingen en op bestuurlijke gremia binnen die instellingen. De gedragscode richt zich op de bestuurder zelf; het is een persoonlijke code, waarin beschreven staat welke eisen gesteld worden aan de bestuurder, wat passend is. De gedragscode stelt normen aan de individuele functie-uitoefening van de bestuurder en is daarmee een aanvulling op de wet- en regelgeving.'
Hoe kun je nu de bestuurder houden aan de code?
Jan Aghina: 'Sinds enige jaren is de code onderdeel van de arbeidsovereenkomst. De toezichthouder kan de bestuurder gewoon aan de code houden. De code is dus niet vrijblijvend, maar de bestuurder kan erop worden aangesproken.'
Daarna kwam de sectorbrede code?
'De sectorbrede code is voor een groot deel gebaseerd op de ideeën die in het "blauwe boekje"van de commissie Meurs staan verwoord, aangevuld met de gedachten uit de gedragscode. Dat is ook een goede zaak. De sectorbrede code gaat over instellingen en de bestuurders en toezichthouders, dus over instellingen en mensen.'
Als de sectorbrede code niet wordt toegepast kun je dan bezwaar maken?
Jan Aghina: 'De sectorbrede code voorziet in een beroepsmogelijkheid. Daartoe is er een governancekamer ingericht bij het Scheidsgerecht Gezondheidszorg. In de evaluatie van de Sectorbrede code bleek dat er door te weinig partijen bezwaren kunnen worden ingebracht. Dat wordt nu mogelijk wat opgerekt en dan is het wachten op de eerste zaak bij het Scheidsgerecht.'
Is er dan nog nooit een zaak ingebracht?
'Door de beperkte groep die nu een zaak kan aanbrengen is er nog nooit een casus geweest. Dat is jammer omdat daarmee ook het systeem niet getest kan worden en er ook geen ontwikkeling in de code is. Nog los van het feit dat er regelmatig toch casuïstiek in de zorg bekend wordt die best getoetst zou kunnen worden. Maar goed, de toegangsmogelijkheden tot de governancekamer worden verruimd.'
Zijn er nog andere ontwikkelingen?
Jan Aghina: 'De NVZD is bezig met het ontwikkelen van een accreditatiesysteem voor bestuurders. Daarmee wordt de kwaliteit van de bestuurder inzichtelijk gemaakt en daarmee is accreditatie ook een bijdrage tot transparantie in de zorg. Het probleem is dat er voor bestuurder geen opleiding bestaat. Eigenlijk kun je het niet worden, maar alleen zijn. Gecombineerd met de vele ontslagen van bestuurders geeft dat het beeld van mensen die hun vak niet verstaan. Dat is vaak volledig ten onrechte. Accreditatie maakt duidelijk dat de bestuurder in ieder geval voldoet aan basiseisen en dat hij of zij actief bezig is met zijn persoonlijke ontwikkeling.'
Dank voor dit inzicht in de gezondheidszorg. Het geeft een goed beeld van de wijze waarop de zorg probeert zelfregulerend te zijn en vooral een branche te willen vormen die voor de gebruiker transparant is. Heeft u nog een aanbeveling voor de arbeidsdeskundigen? 'Ik denk dat de arbeidsdeskundigen goed hebben aangevoeld wat de klanten en de omgevende beroepsbeoefenaren verwachten: een transparante en consistente handelswijze. En als die ontbreekt een mogelijkheid om echt onafhankelijk in beroep te kunnen gaan. Het is goed zowel voor de beroepsgroep als voor de stakeholders om in een governancecode te beschrijven wat er verwacht mag worden van de arbeidsdeskundigen. Natuurlijk moet je dan ook kunnen afdwingen dat de arbeidsdeskundigen zich aan deze code houdt.
Een tweede aanbeveling is om de code op te zetten naar analogie van bestaande codes. Vele elementen zijn al beschreven en dat kan veel werk uitsparen. Ik zeg nadrukkelijk naar analogie. Niet overschrijven omdat het vormen van een code ook een rijpingsproces is voor de commissie en de beroepsgroep.
Een derde aanbeveling is om de code op te stellen in samenwerking met de stakeholders. Dat voorkomt dat de code te veel intern gericht wordt en door de stakeholders niet wordt herkend.'
Graag danken wij u voor deze aanbevelingen. Daaruit spreekt ook de ervaring die in de zorg is opgedaan met het opstellen van dergelijke codes. De SRA kan daar veel aan hebben en wij zijn er zeker van dat uw aanbevelingen niet slechts aan het papier zullen worden toevertrouwd, maar dat ze daadwerkelijk zullen worden gebruikt door de commissie.

Lees meer
"Kijk als tuchtcollege niet alleen naar de juridische kant"

Interview met Dr. Rob van Es, organisatiefilosoof:

Dr. Rob van Es is docent Organisatiefilosofie bij de faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is hij als consultant werkzaam bij bedrijven en overheidsorganisaties. Van Es heeft een aantal boeken op zijn naam staan, waaronder het boek 'Ethiek in adviesprocessen'. Namens SRA sprak Erwin Audenaerde met Rob van Es over de gedragsregels van SRA. Van Es: 'De gedragsregels van SRA zijn erg juridisch van aard. Dat zal het meer dan eens lastig maken om tot een goede uitspraak over morele kwesties te komen.'

Door: Erwin Audenaerde

Lees meer
"De gedragsregels van SRA worden nu een stuk serieuzer genomen"

Interview met Wil Wijngaards en Erwin Audenaerde:

Op 1 april 2008 trad Wil Wijngaards terug als voorzitter van SRA. Na zich ruim 10 jaar te hebben ingezet voor de professionalisering van het vak van arbeidsdeskundige vond hij het tijd om het stokje over te dragen. De nieuwe voorzitter van SRA is Erwin Audenaerde, arbeidsdeskundige bij het bureau Heling & Partners. Samen blikken Wil en Erwin terug op de afgelopen 10 jaar en bespreken zij de toekomst van SRA. Wil: 'Ik vind het heel goed dat er nu een arbeidskundige uit de particuliere sector aan het roer komt te staan. SRA vertegenwoordigt beide 'bloedgroepen' en dat moet ook zichtbaar zijn in het bestuur.'

Bouwpastoorke
Wie Wil Wijngaards persoonlijk kent weet dat hij een zeer aimabel en bescheiden mens is. Wanneer hem wordt gevraagd of hij een goede voorzitter is geweest beantwoord hij die vraag steevast met 'Ik heb gewoon het geluk gehad dat ik met een uitstekend bestuur heb mogen samenwerken'. Die opmerking doet echter geen recht aan de sturende en bemiddelende rol die hij jarenlang met succes heeft vervuld. Na enig doorvragen wil hij toch omschrijven hoe hij zijn eigen inbreng ziet. Wil: 'Ik denk dat mijn rol de afgelopen jaren zich nog het beste laat omschrijven als wat wij in Brabant een 'bouwpastoorke' noemen. Ik heb samen met de overige bestuursleden het fundament gelegd, het huis gebouwd en de regels van het huis opgesteld. Nu staat er een goede basis. Maar SRA is er nog niet, er zijn nog veel verbeteringen denkbaar. Nu is het tijd voor de volgende stap. En ik denk dat Erwin de juiste man is om dat proces te begeleiden.'

Noodzaak gedragsregels
Hoe was het met SRA gesteld toen je aantrad? Leefden de gedragsregels toen net als nu? Wil: 'Nee absoluut niet. Bij mijn aantreden in 1997 lagen net de eerste drie zaken op de plank. Die moesten nog behandeld worden. Nut en noodzaak van gedragsregels werden toen absoluut nog niet voldoende ingezien door arbeidsdeskundigen. Er waren toen ook slechts 800 arbeidsdeskundigen geregistreerd. Dat is inmiddels wel veranderd. SRA telt nu ruim 1.800 geregistreerden en de gedragsregels worden inmiddels een stuk serieuzer genomen. Ook door werkgevers zoals UWV, waar de gedragsregels van SRA in het Professioneel Statuut zijn opgenomen. Toch zijn er in mijn ogen nog steeds teveel arbeidsdeskundigen die onvoldoende handelen naar de gedragsregels. Zij zijn geregistreerd omdat hun werkgever dat verplicht, maar in de uitoefening van hun vak zijn zij er nog onvoldoende mee bezig.' Erwin Audenaerde: 'Daar ben ik het helemaal mee eens. Daar ligt voor SRA nog een grote uitdaging. Geregistreerde arbeidsdeskundigen zullen we beter moeten motiveren om actief met de gedragsregels van SRA om te gaan.'

Certificering
Een belangrijke ontwikkeling die tijdens het voorzitterschap van Wil heeft plaatsgevonden is de introductie van de certificering. Wil: 'Erwin was in die tijd voorzitter van de NVvA en samen gingen we de boer op om de certificering van de grond te krijgen. Uiteindelijk zijn we er zelfs in geslaagd er een ISO certificering van te maken. In mijn ogen is dat een belangrijke bijdrage aan de professionaliteit van het vak die zeker in stand gehouden moet worden. Erwin: 'Volgend jaar staat de hercertificering voor de deur en daarom houden we nu samen met de NVvA het huidige proces tegen het licht. Als ik luister naar de geluiden om mij heen zullen er wel een aantal zaken moeten veranderen. Ik denk dat de eisen zwaarder moeten worden. Ook zal gedrag en attitude een grotere rol moeten gaan spelen in de certificering, in ieder geval indirect via de opleidingen. Wil: 'Wat dat betreft is het goed dat de gedragsregels nu deel uitmaken van het beroepscompetentiedossier. Dat betekent sowieso dat arbeidsdeskundigen er bewuster mee om zullen moeten gaan. Erwin: 'dat klopt. Maar daarnaast zou ik persoonlijk graag zien dat er een nog duidelijkere koppeling komt tussen de certificering en de gedragsregels. Ik vind dat gedrag een essentieel onderdeel is van het professionele handelen van arbeidsdeskundigen. Dus waarom bijvoorbeeld niet pas certificering toestaan als men zich ook heeft geconformeerd aan de gedragsregels van SRA?'

Aanpassing gedragsregels
Eén van de eerste taken van de nieuwe voorzitter is het tegen het licht houden van de gedragsregels. Wat kunnen de arbeidsdeskundigen op dat terrein verwachten? Erwin: 'Daar kan ik nu nog niet meer over zeggen dan dat wij een werkgroep hebben ingericht die een voordracht aan het bestuur zal doen. Maar een belangrijk gegeven is wel dat we de geregistreerde arbeidsdeskundigen willen betrekken bij dit proces. En ook juridische en ethische experts. Als bestuur willen wij aanpassingen doorvoeren die breed gedragen worden en voortkomen uit ervaringen in de praktijk. Ook zou ik graag zien dat de gedragsregels de betrokkenheid van arbeidsdeskundigen vergroten. Dat kan volgens mij als wij actiever met de gedragsregels omgaan. Wil: 'Dit is ook een mooi moment om een nieuwe weg in te slaan. Er liggen nu een aantal uitspraken en nu kunnen wij dus bekijken wat wel en niet goed is gegaan. En of er trends zijn te signaleren. Dat was een paar jaar geleden natuurlijk anders.'

Profilering
Een ander belangrijke bijdrage van Wil is de profilering van SRA geweest. Hij is zelfs de bedenker van de naam 'Aanr'ader'. Zijn er op het gebied van communicatie nog koerswijzigingen te verwachten? Wil: 'De afgelopen jaren hebben we vooral de nadruk gelegd op verbeteren van de interne communicatie. Daarnaast hebben we geprobeerd SRA zichtbaarder te maken bij belangrijke externe partijen. Ik denk dat wij daar aardig in zijn geslaagd. Maar onder de nieuwe voorzitter zullen ongetwijfeld weer andere accenten gelegd worden.' Erwin: 'Ik denk dat wij ons meer moeten gaan richten op de toegevoegde waarde van SRA. Wat mij betreft gaan wij meer en actiever communiceren over thema's zoals ethiek en professioneel gedrag. Wat dat betreft vind ik het symposium zoals dat onlangs in samenwerking met NVvA werd gehouden een mooi voorbeeld: Daar werden ethische dilemma's besproken waar arbeidsdeskundigen in de dagelijkse praktijk tegenaan kunnen lopen. Heel verhelderend en vooral leerzaam. Een goed voorbeeld van een constructieve samenwerking met NVvA en met een duidelijke meerwaarde van de SRA inbreng. Zo mag het van mij in de toekomst vaker.'
Tot slot: Wil, ga je SRA missen? Wil: 'Jullie zijn nog niet helemaal van me af. Ik blijf nog tot eind dit jaar in het bestuur zitten en ook in de redactie van de Aanr'ader. Maar ik vind het niet erg om nu een stapje terug te doen. Het is een mooie tijd geweest en ik heb het met heel veel plezier gedaan!

Lees meer
Symposium over ethiek groot succes

Op 12 juni organiseerde SRA in samenwerking met NVvA een symposium onder de naam 'Wankele aarden, ethische dilemma's voor arbeidsdeskundigen'. Tijdens het symposium werd dieper ingegaan op de beroepsethiek van arbeidsdeskundigen.
Onder leiding van dagvoorzitter Inge Diepman werden een aantal ethische dilemma's uit de praktijk besproken. Ook kwamen twee sprekers aan het woord. Drs. Robert Dekker, coach van adviesbureau Dynamisch Duo ging dieper in op de theoretische achtergrond van ethiek in relatie tot het werkveld van arbeidsdeskundigen. Hij pleitte ervoor om de definities waarop het ethisch kader van arbeidsdeskundigen is gebaseerd kritisch tegen het licht te houden. Volgens hem zou deze definitielijst moeten worden uitgebreid met bijvoorbeeld een begrip als 'omgeving'. De tweede spreker was Henriëtte Bout , adviseur van het Bureau Integriteit van de Gemeente Amsterdam. Zij besprak een methodiek waarmee morele problemen herkend kunnen worden en reikte oplossingen aan over hoe daar mee om te gaan.
Het symposium was in meerdere opzichten een succes. De opkomst was zeer goed en de deelnemers leverden een actieve bijdrage aan de discussie over ethische dilemma's. Duidelijk werd dat dit onderwerp in de praktijk erg leeft. Daarnaast toonde het symposium aan dat SRA en NVvA elkaar uitstekend aanvullen in hun dienstverlening naar arbeidsdeskundigen. Het bevorderen van de kwaliteit van de uitoefening het vak is een gezamenlijk belang dat hoog op de agenda staat bij zowel SRA als NVvA.

Lees meer
"Kennis van arbeidsdeskundigen vaak onvoldoende"

Interview met Leo Hartveld, bestuurder sociale zekerheid FNV:

Eind vorig jaar voerde FNV een kwalitatief onderzoek uit onder 290 personen die ervaringen met de WIA hebben. In het onderzoek werd ook stilgestaan bij de rol van arbeidsdeskundigen. Leo Hartveld: 'Wat opviel is dat ruim 70 procent van de respondenten van mening was dat arbeidsdeskundigen genoeg tijd uittrokken tijdens de beoordeling. Daar staat echter tegenover dat bijna de helft van de respondenten vond dat arbeidsdeskundigen onvoldoende kennis hadden over de betreffende ziekte of handicap in relatie tot de mogelijkheden voor wat betreft werk. Dat vind ik zorgelijk.'

Door: Herman Klein

Lees meer
"In de uitvoering van de WIA kan nog veel verbeterd worden"

Interview met Alexander Rinnooy Kan, voorzitter SER:

Sinds augustus 2006 is Alexander Rinnooy Kan voorzitter van de Sociaal- Economische Raad (SER). In die hoedanigheid is hij nauw betrokken bij het verstrekken van adviezen aan het kabinet over het stelsel van sociale zekerheid. Eerder maakte hij ook deel uit van de commissie Donner die een nieuw WAO stelsel voorstelde. Namens SRA sprak Herman Foeken met Rinnooy Kan over het huidige stelsel van sociale zekerheid en over problemen in de uitvoering.

Door: Herman Foeken

Voorspelbare problemen
Tijdens uw inaugurele rede sprak u over de snel veranderende wereld die steeds hogere eisen stelt aan burgers. U gaf aan dat een modern stelsel van sociale zekerheid burgers moet ondersteunen bij de ommezwaaien die zij steeds vaker in hun leven moeten maken. Hoe modern is het huidige stelsel? Rinnooy Kan: 'In zijn algemeenheid vind ik het nieuwe stelsel een grote stap in de goede richting. Ik kan mij volledig vinden in het uitgangspunt dat wordt gekeken naar wat iemand nog wél kan. Het is echter duidelijk dat een aantal zaken nog voor verbetering vatbaar is. Sommige problemen waren ook voorspelbaar. Al tijdens mijn periode in de commissie Donner was het duidelijk dat het lastig zou worden om daadwerkelijk alle werknemers die slechts beperkt arbeidsongeschikt zijn aan het werk te houden. Gelukkig wijst een recent onderzoek van de Stichting van Arbeid uit dat het percentage van de 'vijfendertig minners' dat werkt is gestegen naar circa 60%. Hierbij worden wij geholpen door de krapte op de arbeidsmarkt, maar het is in ieder geval een positieve ontwikkeling.'

Wajong
Een andere ontwikkeling is de enorme toestroom in de Wajong. SER-Kroonlid Hans Kamps wees er onlangs nog op dat dit aantal de komende jaren gaat oplopen tot een half miljoen mensen. Hoe kijkt u tegen deze ontwikkeling aan? 'Rinnooy Kan: 'Dat is een zeer zorgelijke ontwikkeling. Het is ook een ontwikkeling die om meer analyse en onderzoek vraagt. Waarom zijn er opeens zoveel meer gevallen van bijvoorbeeld autisme of ADHD? Heeft dat te maken met ouders die alerter zijn of zijn er meer oorzaken aan te wijzen? In ieder geval is het belangrijk dat ook bij deze groep wordt gestreefd naar een aanpak die erop is gericht om te kijken naar wat men nog wel kan. Wajong is nu nog teveel een etiket dat stigmatiseert en medicaliseert. Dat moet veranderen. Deze mensen zijn veel te jong om al af te schrijven. Daar moet de regelgeving dus nog zeker voor worden aangepast.'

Regels zijn regels
Professionals die werken in de uitvoering, zoals arbeidsdeskundigen, hebben te maken met een veel formelere invulling van hun vak. Met name de UWV professionals zijn vaak met handen en voeten gebonden. Cliënten, maar ook ketenpartners, klagen soms over het rigide karakter van grote bureaucratische instanties als UWV en CWI. Creatieve oplossingen zijn vaak niet meer mogelijk. Slaat het 'regel is regel' denken in de uitvoering niet een beetje door? Rinnooy Kan: 'Het is te gemakkelijk om professionals in de publieke uitvoering te verwijten dat zij zich aan de wet houden. Als zij dat niet doen weet men ze immers ook te vinden. Het is moeilijk iedereen tevreden te houden. Bovendien geven ze uitvoering aan een stelsel waarvan we met z'n allen hebben afgesproken dat het wenselijk is. Wij zitten nog steeds in een veranderingstraject en helaas duren veranderingen meestal langer dan gewenst. Tot die tijd moeten wij hopen dat professionals in de uitvoering hun gezond verstand blijven gebruiken.'

Vertrouwen
Welke veranderingen kunnen we wat u betreft nog verwachten? Rinnooy Kan: 'Binnenkort krijgen we als het ware het sluitstuk van de afgelopen 5 jaren. Dan wordt o.a. door de commissie de Vries de Wet sociale werkvoorziening tegen het licht gehouden. Ook zal de Wajong regelgeving aangepast worden. Wat mij betreft worden de regelingen binnen het stelsel van sociale zekerheid in de toekomst opgesteld met als uitgangspunt vertrouwen in plaats van wantrouwen. Niet alles behoeft dan vooraf conform allerlei protocollen en regeltjes bepaald te worden, wat vaak zeer vertragend werkt. Wanneer je werkt op basis van vertrouwen kun je achteraf toetsen of men zich aan de regels heeft gehouden. Als je dat niet hebt gedaan dan volgen sancties. Als dingen structureel niet goed gaan dan wordt 'gedoogbeleid' een halt toegeroepen.'

Regelgeving vereenvoudigen
'Daarnaast kom ik meer en meer tot het inzicht dat hoe complexer een situatie is, hoe beter het is om weinig regels te hebben' aldus Rinnooy Kan. Dit geldt bij uitstek voor de complexe regelgeving in de sociale zekerheid. Veel regels, denk aan Wajong, zijn zo ingewikkeld dat daardoor regelingen niet of misschien zelfs verkeerd worden uitgevoerd. En de betrokken professionals verstarren ervan. Ik denk dat de uitvoering van de WIA flink verbeterd kan worden door de regels te versimpelen en de uitvoering meer op basis van vertrouwen te organiseren.'
Wat zou dat betekenen voor professionals? Rinnooy Kan: 'Hun werk zou dan wezenlijk veranderen. Ze zouden omgeschoold moeten worden. Een dergelijke aanpak resulteert immers in aanzienlijk meer verantwoordelijkheid. Je moet dan ook over vaardigheden beschikken die je nu misschien nog niet hebt. Maar de aard van het werk en de waardering voor het werk zal er ongetwijfeld op vooruit gaan. '

Lees meer
© 2018 Stichting Register Arbeidsdeskundigen