Nieuwsoverzicht

Poll: Wel of geen conceptrapportage?

De SRA krijgt met regelmaat vragen van arbeidsdeskundigen over hoe zij moeten omgaan met verzoeken om inzage en correctie bij de totstandkoming van hun rapporten. Ook het maken van conceptrapporten roept bij veel arbeidsdeskundigen vragen op.

Lees meer
Poll: Persoonlijk contact met cliënt ja of nee?

De Register-Arbeidsdeskundige heeft de morele plicht om de cliënt te respecteren door hem in zijn waarde te laten en zijn gegevens vertrouwelijk te behandelen. Vanuit de cliënt gezien is dit het recht op een respectvolle behandeling en op vertrouwelijkheid.

Lees meer
"In de uitvoering van de WIA kan nog veel verbeterd worden"

Interview met Alexander Rinnooy Kan, voorzitter SER:

Sinds augustus 2006 is Alexander Rinnooy Kan voorzitter van de Sociaal- Economische Raad (SER). In die hoedanigheid is hij nauw betrokken bij het verstrekken van adviezen aan het kabinet over het stelsel van sociale zekerheid. Eerder maakte hij ook deel uit van de commissie Donner die een nieuw WAO stelsel voorstelde. Namens SRA sprak Herman Foeken met Rinnooy Kan over het huidige stelsel van sociale zekerheid en over problemen in de uitvoering.

Door: Herman Foeken

Voorspelbare problemen
Tijdens uw inaugurele rede sprak u over de snel veranderende wereld die steeds hogere eisen stelt aan burgers. U gaf aan dat een modern stelsel van sociale zekerheid burgers moet ondersteunen bij de ommezwaaien die zij steeds vaker in hun leven moeten maken. Hoe modern is het huidige stelsel? Rinnooy Kan: 'In zijn algemeenheid vind ik het nieuwe stelsel een grote stap in de goede richting. Ik kan mij volledig vinden in het uitgangspunt dat wordt gekeken naar wat iemand nog wél kan. Het is echter duidelijk dat een aantal zaken nog voor verbetering vatbaar is. Sommige problemen waren ook voorspelbaar. Al tijdens mijn periode in de commissie Donner was het duidelijk dat het lastig zou worden om daadwerkelijk alle werknemers die slechts beperkt arbeidsongeschikt zijn aan het werk te houden. Gelukkig wijst een recent onderzoek van de Stichting van Arbeid uit dat het percentage van de 'vijfendertig minners' dat werkt is gestegen naar circa 60%. Hierbij worden wij geholpen door de krapte op de arbeidsmarkt, maar het is in ieder geval een positieve ontwikkeling.'

Wajong
Een andere ontwikkeling is de enorme toestroom in de Wajong. SER-Kroonlid Hans Kamps wees er onlangs nog op dat dit aantal de komende jaren gaat oplopen tot een half miljoen mensen. Hoe kijkt u tegen deze ontwikkeling aan? 'Rinnooy Kan: 'Dat is een zeer zorgelijke ontwikkeling. Het is ook een ontwikkeling die om meer analyse en onderzoek vraagt. Waarom zijn er opeens zoveel meer gevallen van bijvoorbeeld autisme of ADHD? Heeft dat te maken met ouders die alerter zijn of zijn er meer oorzaken aan te wijzen? In ieder geval is het belangrijk dat ook bij deze groep wordt gestreefd naar een aanpak die erop is gericht om te kijken naar wat men nog wel kan. Wajong is nu nog teveel een etiket dat stigmatiseert en medicaliseert. Dat moet veranderen. Deze mensen zijn veel te jong om al af te schrijven. Daar moet de regelgeving dus nog zeker voor worden aangepast.'

Regels zijn regels
Professionals die werken in de uitvoering, zoals arbeidsdeskundigen, hebben te maken met een veel formelere invulling van hun vak. Met name de UWV professionals zijn vaak met handen en voeten gebonden. Cliënten, maar ook ketenpartners, klagen soms over het rigide karakter van grote bureaucratische instanties als UWV en CWI. Creatieve oplossingen zijn vaak niet meer mogelijk. Slaat het 'regel is regel' denken in de uitvoering niet een beetje door? Rinnooy Kan: 'Het is te gemakkelijk om professionals in de publieke uitvoering te verwijten dat zij zich aan de wet houden. Als zij dat niet doen weet men ze immers ook te vinden. Het is moeilijk iedereen tevreden te houden. Bovendien geven ze uitvoering aan een stelsel waarvan we met z'n allen hebben afgesproken dat het wenselijk is. Wij zitten nog steeds in een veranderingstraject en helaas duren veranderingen meestal langer dan gewenst. Tot die tijd moeten wij hopen dat professionals in de uitvoering hun gezond verstand blijven gebruiken.'

Vertrouwen
Welke veranderingen kunnen we wat u betreft nog verwachten? Rinnooy Kan: 'Binnenkort krijgen we als het ware het sluitstuk van de afgelopen 5 jaren. Dan wordt o.a. door de commissie de Vries de Wet sociale werkvoorziening tegen het licht gehouden. Ook zal de Wajong regelgeving aangepast worden. Wat mij betreft worden de regelingen binnen het stelsel van sociale zekerheid in de toekomst opgesteld met als uitgangspunt vertrouwen in plaats van wantrouwen. Niet alles behoeft dan vooraf conform allerlei protocollen en regeltjes bepaald te worden, wat vaak zeer vertragend werkt. Wanneer je werkt op basis van vertrouwen kun je achteraf toetsen of men zich aan de regels heeft gehouden. Als je dat niet hebt gedaan dan volgen sancties. Als dingen structureel niet goed gaan dan wordt 'gedoogbeleid' een halt toegeroepen.'

Regelgeving vereenvoudigen
'Daarnaast kom ik meer en meer tot het inzicht dat hoe complexer een situatie is, hoe beter het is om weinig regels te hebben' aldus Rinnooy Kan. Dit geldt bij uitstek voor de complexe regelgeving in de sociale zekerheid. Veel regels, denk aan Wajong, zijn zo ingewikkeld dat daardoor regelingen niet of misschien zelfs verkeerd worden uitgevoerd. En de betrokken professionals verstarren ervan. Ik denk dat de uitvoering van de WIA flink verbeterd kan worden door de regels te versimpelen en de uitvoering meer op basis van vertrouwen te organiseren.'
Wat zou dat betekenen voor professionals? Rinnooy Kan: 'Hun werk zou dan wezenlijk veranderen. Ze zouden omgeschoold moeten worden. Een dergelijke aanpak resulteert immers in aanzienlijk meer verantwoordelijkheid. Je moet dan ook over vaardigheden beschikken die je nu misschien nog niet hebt. Maar de aard van het werk en de waardering voor het werk zal er ongetwijfeld op vooruit gaan. '

Lees meer
"Arbeidsongeschiktheid is niet iets zakelijks"

Interview met Mis(s) Reni de Boer, Ambassadeur Onbeperkt Nederland:

Reni de Boer werd 6 juni 2007 uitverkozen tot Mis(s) Nederland. Sindsdien zet zij zich namens de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland (CG-Raad) in als Ambassadeur Onbeperkt Nederland. Zij vraagt aandacht voor de belangen van mensen met een lichamelijke beperking en/of een chronische ziekte. Namens SRA sprak de kersverse voorzitter Erwin Audenaerde met Reni de Boer over leven en werken met een lichamelijke beperking en over haar ervaring met arbeidsdeskundigen. Reni de Boer: 'Mijn enige ervaring met een arbeidsdeskundige was in eerste instantie geen succes. Ik barstte in tranen uit.'

Door: Erwin Audenaerde

Zakelijke houding
Reni de Boer heeft Multiple Sclerose en werd gekeurd voor de Wajong toen zij 24 jaar oud was. Reni: 'Ik studeerde nog en had nog nooit gewerkt. Ik was ook nog helemaal niet bezig met geld verdienen. De arbeidsdeskundige waar ik naartoe moest somde heel zakelijk de beroepen op die ik niet uit zou kunnen oefenen om vervolgens tot de conclusie te komen dat ik volledig arbeidsongeschikt was. Daar schrok ik enorm van. Die reactie van mij verbaasde haar. Meestal reageerden mensen juist positiever door de financiële zekerheid die deze beoordeling met zich meebracht, vertelde ze. Toen bleek dat ik op veel vlakken nog onwetend was heeft ze zich wel heel behulpzaam opgesteld. Ze heeft me alles goed uitgelegd en al snel werd me ook duidelijk dat volledig arbeidsongeschikt zijn niet hoeft te betekenen dat je nooit meer zult werken.'

Beeldvorming
Inmiddels is Reni de Boer behoorlijk materiedeskundig. Als ambassadeur houdt zij zich bezig met een aantal beleidsterreinen: gelijke rechten, arbeids(re)integratie, onderwijs en beeldvorming. Welk beleidsterrein heeft haar speciale interesse? 'Alle terreinen zijn belangrijk en interessant, aldus de Boer. Maar persoonlijk houd ik mij erg bezig met beeldvorming. Ik denk namelijk dat beeldvorming essentieel is als we iets willen doen aan de ongelijke rechten van mensen met een beperking. Het feit dat er in Nederland nog steeds geen sprake is van gelijke rechten is niet zozeer het gevolg van discriminatie maar eerder van onbegrip en onwetendheid. Een positieve beeldvorming kan daar verandering in brengen. De Mis(s) verkiezing is daar een goed voorbeeld van. Wij hebben laten zien dat mensen met een beperking niet zielig zijn, maar ook mooi kunnen zijn of talent kunnen hebben. Als die boodschap nog veel vaker onder het voetlicht worden gebracht zal het onbegrip en de onwetendheid minder worden.'

Wajong
Een ontwikkeling die steeds meer in de publiciteit is de laatste tijd is de enorme toestroom in de Wajong. Hoe kijkt Reni als ervaringsdeskundige daar tegenaan? 'De precieze analyse van hoe dat komt, laat ik aan de onderzoekers over. Ik denk dat er een aantal oorzaken zijn aan te wijzen. Bij de CG-Raad zien we ook dat de instroom in speciaal onderwijs toeneemt, als belangrijke toeleverancier van Wajong. Een andere factor van betekenis is dat het nog steeds heel lastig is om werkgevers te overtuigen van het feit dat jonge mensen met een beperking een aanwinst voor het bedrijf kunnen zijn. Teveel wordt nog steeds gedacht in termen van het aantal beschikbare uren en wordt gefocused op het waarom van een beperking. Maar het gaat om de kwaliteit die iemand kan leveren. Op de meerwaarde van iemand.'
Wat zou minister Donner moeten doen om de positie van Wajongers te verbeteren? 'Nog meer middelen inzetten voor (re)integratie. En een oplossing voor dat werken nu niet loont voor Wajongers. De CG-Raad heeft daar onlangs een rapport over uitgebracht dat ik aan minister Donner heb aangeboden. Ik hoop dat hij de aanbevelingen van de CG-Raad overneemt. Maar ook belangrijk is dat de wetgeving op het gebied van gelijke rechten minder vrijblijvend wordt. Het zou heel goed zijn als Nederland het verdrag van de Verenigde Naties over gelijke rechten voor mensen met een beperking ratificeert. Wetgeving in Nederland moet veel krachtiger worden, anders verandert er niets. Misschien zou het ten aanzien van de Wajongers zelfs goed zijn als werkgevers, al is het maar tijdelijk, verplicht worden gesteld met een quotum te werken.'

Heldere communicatie
Wat is de visie van Reni op de reïntegratie van Wajongers en de rol van arbeidsdeskundigen daarin? 'Ik heb het zelf heel belangrijk gevonden dat degene die mij beoordeelt niet degene is die mij helpt om aan het werk te komen. Ik vind dat hele verschillende dingen en ik wil als klant niet het gevoel hebben dat ik met iemand te maken heb met twee petten op. Ook vind ik de kwaliteit van een arbeidsdeskundige belangrijk. Daarom vind ik een keurmerk als SRA ook zo goed. Dat maakt het voor klanten duidelijk dat de arbeidsdeskundige die hen helpt (of bij het UWV of bij een privaat reïntegratiebedrijf) aan een bepaalde kwaliteit voldoet. Het enige dat ik arbeidsdeskundigen mee zou willen geven is dat zij helder moeten communiceren. Wat voor hen logisch en vanzelfsprekend is hoeft dat niet te zijn voor de persoon aan de andere kant van de tafel. Alle regels zijn ontzettend ingewikkeld en het is voor veel mensen lastig om die allemaal te doorgronden. Ook is het helemaal niet vanzelfsprekend dat mensen alleen op geld uit zijn. Veel mensen willen echt werken en vinden het verschrikkelijk om volledig arbeidsongeschikt te worden verklaard. Arbeidsongeschiktheid is dus niet iets zakelijks. Er zit een hele gevoelige kant aan en het is daarom belangrijk dat arbeidsdeskundigen zich oprecht verdiepen in de persoon die zij aan tafel hebben.'

Lees meer
"Beroepsethiek verbindt alle arbeidsdeskundigen"

Henriette Bout, Bureau Integriteit:

Lees meer
"Behoorlijk handelen is meer dan bejegening"

Alex Brenninkmeijer, de Nationale ombudsman:

Lees meer
"Tuchtrecht is een kwaliteitsinstrument"

Interview met Aleid Wolfsen, lid Tweede-Kamerfractie van de PvdA:

Aleid Wolfsen kwam de afgelopen periode vooral in het nieuws vanwege zijn succesvolle strijd om het burgemeesterschap van Utrecht. Sinds 2002 is hij lid van de Tweede Kamer waar hij zich vooral richt op strafrecht en tuchtrecht. Eerder was hij rechter en vicepresident van de rechtbank . In 2007 was Wolfsen betrokken bij de totstandkoming van de Gedragscode Behandeling Letselschade, ook wel de Code van Tilburg genoemd. SRA sprak met Aleid Wolfsen over tuchtrecht in het algemeen en over het belang van een gedragscode in het bijzonder.

Door: Erwin Audenaerde

Tuchtrecht
Wat is het belang van tuchtrechtspraak? 'In mijn ogen is tuchtrecht een kwaliteitsinstrument. Het is zeer positief als een beroepsgroep zichzelf scherp houdt en kwaliteit nastreeft. Er wordt door rechters ook veel waarde toegekend aan tuchtrechtspraak. In civielrechtelijke procedures kan een tuchtrechtelijke uitspraak van invloed zijn op de uitspraak van een rechter. Ik vind dat een goede zaak. In het tuchtrecht wordt namelijk meestal vanuit een breder kader naar een situatie gekeken. Er is bij de betrokkenen meer kennis aanwezig over het vakgebied en de wijze waarop het vak uitgeoefend dient te worden. Een rechter kijkt meestal toch veel technischer naar een zaak. Een tuchtrechtelijke uitspraak kan een rechter dus helpen om een beter afgewogen oordeel te vellen. Juist bij arbeidsdeskundigen vind ik overigens het tuchtrecht van nog groter belang. Het werk van arbeidsdeskundigen heeft een enorme impact op het leven van cliënten. Daarom is het een goede zaak dat de beroepsgroep zich toetsbaar opstelt'.

Erkenning
Bij SRA neemt het aantal klachten toe. Denkt u dat het feit dat een tuchtrechtelijke uitspraak kan helpen in een civielrechtelijke procedure hier de oorzaak van is? Wolfsen: 'Dat weet ik niet, dat zou onderzocht moeten worden. Ik denk wel dat er ook andere factoren van invloed zijn. Burgers worden steeds mondiger en de claimcultuur neemt toe. En uit het onderzoek 'Slachtoffers en aansprakelijkheid' dat de Vrije Universiteit van Amsterdam in opdracht van het Ministerie van Justitie heeft uitgevoerd, blijkt dat in schadeprocedures veel teveel aandacht is voor de materiële kant. Slachtoffers hebben ook zeer sterke immateriële behoeftes. Zij hebben behoefte aan erkenning en willen dat het proces dat aan een uitspraak vooraf gaat bevredigend verloopt. Deze behoeftes bij slachtoffers worden nu sterk onderschat. Misschien ligt daar ook een reden voor het aantal klachten. Bejegening is van een groter belang dan veel mensen willen beseffen .'

Code van Tilburg
De Code van Tilburg is een gedragcode voor letselschadespecialisten. Hoeveel aandacht is er voor bejegening in die gedragscode? 'Ik zou haast zeggen dat de Code van Tilburg voor 90% over bejegening gaat. De Code is geheel gericht op de snelle, soepele en transparante afhandeling van een zaak. Kernwaarden zijn dat het slachtoffer centraal staat en dat respectvol met het slachtoffer wordt omgegaan. In het contact draait het om erkenning, luisteren en zorg. Dat is allemaal bejegening. Overigens had ik sommige elementen van de Code liever nog verder aangescherpt. Mijn voorstel om een zaak automatisch bij de Ombudsman neer te leggen als die meer dan twee jaar in beslag neemt heeft het helaas niet gehaald.'
De Code van Tilburg kent geen klachtsysteem met sancties. Waarom niet? 'In het geval van een gefundeerde klacht kan men al naar de Ombudsman Verzekeringen stappen. Ik zie de toegevoegde waarde dus niet zo. De Code is vooral bedoeld om letselschadeclaims beter, sneller, slachtoffervriendelijker en ook goedkoper af te wikkelen. Partijen kunnen nu heldere afspraken maken, niet alleen over de inhoud maar ook over de procedure en termijnen.'

Overzichtelijkheid
Wat is u opgevallen bij uw inspanningen om het tuchtrecht in Nederland beter op de kaart te zetten?
Wolfsen: 'In de Kamer houd ik mij momenteel ook bezig met het verder professionaliseren van het tuchtrecht voor juridische beroepen zoals dat van notarissen en accountants. Wat mij iedere keer weer opvalt is dat cliënten zo ontzettend veel partijen tegenover zich vinden. Een slachtoffer krijgt te maken met belangenbehartigers, met verzekeraars, met medici, met advocaten, met arbeidsdeskundigen etc. Men ziet door de bomen het bos niet meer. Ik zou graag zien dat die onoverzichtelijkheid verbetert. Die kleurt immers voor een belangrijk deel de beleving van het proces dat een cliënt doorloopt. En vaak niet in positieve zin. Om die reden heb ik er bij de minister op gehamerd dat er bij accountants één loket komt voor zowel klachten over wettelijke als over niet-wettelijke taken van accountants.'
Zou dat ook een idee zijn voor de beroepen die zich richten op mens, arbeid en inkomen? Er is in dat werkveld immers sprake van een zekere wildgroei aan beroepen en die conformeren zich lang niet allemaal aan een gedragscode. Zou een algemeen 'Tuchtcollege Arbeid' voor die beroepen een toegevoegde waarde hebben? Wolfsen: 'Zoiets zou ik van harte toejuichen. Bij cliënten zou dat een hoop duidelijkheid scheppen. Bovendien zouden de beroepen die zich aansluiten aan die paraplu van elkaar kunnen leren. Creëer één loket en help daarachter de cliënten op maat, en elkaar.'

Positief
Is er iets dat u arbeidsdeskundigen mee zou willen geven? Wolfsen: 'Wat tuchtrecht betreft zou ik willen benadrukken dat het iets positiefs is. Vaak wordt tuchtrecht vanuit een beroepsgroep als iets negatiefs ervaren, maar dat is het niet. Je kunt ervan leren. Ik heb mezelf daarom ook aangeleerd altijd in positieve bewoordingen over tuchtrecht te praten.
Wat de gedragscode betreft denk ik dat het verstandig is om de bevindingen van het vervolgonderzoek van het Ministerie van Justitie in de gaten te houden. Daarin zal verder onderzoek worden gedaan naar het belang van immateriële zaken voor slachtoffers in schadeprocessen. Bejegening zal ongetwijfeld veel aandacht krijgen. Ik denk dat er een voortdurende wisselwerking moet zijn tussen het tuchtrecht en gedragsregels en dat er aanpassingen gemaakt moeten kunnen worden als de praktijk daar aanleiding toe geeft.
Verder is het denk ik belangrijk dat je als professional realiseert dat je de personificatie bent van de organisatie waar je voor werkt. Als je voor UWV werkt bén je in de ogen van een cliënt UWV. Iemand vroeg mij tijdens de campagne voor het referendum in Utrecht hoe ik tegen de baliemedewerkers van de gemeente aankijk. Toen was mijn antwoord: Dat zijn de belangrijkste mensen van de gemeente. Want zij zijn de gemeente! Als het contact met burgers daar al fout gaat dan zullen de negatieve gevolgen daarvan gedurende het gehele proces merkbaar blijven. Dat is in de klantcontacten van arbeidsdeskundigen niet anders.'

Lees meer
"Sociale vaardigheden bepalen het succes van arbeidsdeskundigen"

Interview met Kete Kervezee, inspecteur-generaal van de Inspectie Werk en Inkomen:

De Inspectie Werk en Inkomen (IWI) houdt toezicht op de uitvoeringsorganisaties die de sociale verzekeringswetten uitvoeren. Ook oordeelt IWI over de werking van de hele keten van werk en inkomen. SRA sprak met inspecteur-generaal Kete Kervezee over toezicht houden binnen de sociale zekerheid en over de professionaliteit van arbeidsdeskundigen.

Door: Michel Verhoeven

Interactief toezicht
Kete Kervezee is sinds maart dit jaar inspecteur-generaal bij IWI. Daarvoor vervulde zij dezelfde functie bij de Inspectie van het Onderwijs. Welke visie heeft Kervezee op het functioneren van toezichthouders? 'Ik geloof niet in toezichthouders die binnen komen vallen om eens even te kijken of alles wel gaat zoals het moet. Ik geloof in interactief toezicht. Dat houdt in dat wij samen met de te onderzoeken instanties bepalen hoe en waarop getoetst zal worden. Die organisaties zullen daarvoor dus ook intern te rade moeten gaan. Zij moeten het gewenste functioneren van hun professionals eerst zelf in kaart brengen. Ik ben ervan overtuigd dat je als toezichthouder pas maximale resultaten kunt boeken als je je kunt verplaatsen in de ander. Die werkwijze was in het onderwijs succesvol en die zullen we ook binnen het toezicht op de sociale zekerheid meer gaan toepassen.'

Signaalfunctie
Wat dient de rol van een toezichthouder te zijn? Houdt het op bij toetsen en oordelen? Kervezee: 'Nee, absoluut niet. Ik vind dat toezichthouders daarnaast een belangrijke signaalfunctie hebben. Als een toezichthouder bepaalde trends signaleert dan dient daar iets mee gedaan te worden. Zo heeft IWI samen met de Sociaal-Economische Raad gesignaleerd dat de Wajong in de huidige vorm niet voldoet. Jonge mensen komen nu veel te vroeg aan de kant te staan en dat is voor niemand goed. Niet voor de mensen zelf, die vaak echt wel willen, en niet voor de samenleving. De minister heeft nu een voorstel ingediend om het eindoordeel op te schorten tot het 27e levensjaar. Het is een belangrijke taak van toezichthouders om aan de bel te trekken als zich ongewenste ontwikkelingen voordoen. Dat geldt dus ook voor SRA.'

Hogere deskundigheid
Hoe kijkt Kervezee aan tegen de professionaliteit van arbeidsdeskundigen? 'Wij houden natuurlijk niet rechtsreeks toezicht op arbeidsdeskundigen, maar indirect via UWV. Ik vind het heel goed dat bij arbeidsdeskundigen het bijhouden van vakkennis is geborgd en dat men zich conformeert aan een gedragscode. Dat komt de professionaliteit van het vak ten goede en professionaliteit is de enige sleutel tot kwaliteitsbevordering. Van arbeidsdeskundigen mag ook een hogere deskundigheid worden verwacht. Zij hebben te maken met mensen die vaak al een hoop tegenslag hebben meegemaakt. Om die mensen echt te kunnen helpen en daarbij rekening te houden met de belangen van alle betrokken partijen vraagt om verschillende vaardigheden. Een optimale vakkennis is voor een professionele beroepsuitoefening onontbeerlijk, maar ook uitmuntende sociale vaardigheden zijn essentieel. Dat geldt voor arbeidsdeskundigen dubbel en in het kwadraat.'

Lees meer
© 2018 Stichting Register Arbeidsdeskundigen