Nieuwsoverzicht

"Kijk als tuchtcollege niet alleen naar de juridische kant"

Interview met Dr. Rob van Es, organisatiefilosoof:

Dr. Rob van Es is docent Organisatiefilosofie bij de faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is hij als consultant werkzaam bij bedrijven en overheidsorganisaties. Van Es heeft een aantal boeken op zijn naam staan, waaronder het boek 'Ethiek in adviesprocessen'. Namens SRA sprak Erwin Audenaerde met Rob van Es over de gedragsregels van SRA. Van Es: 'De gedragsregels van SRA zijn erg juridisch van aard. Dat zal het meer dan eens lastig maken om tot een goede uitspraak over morele kwesties te komen.'

Door: Erwin Audenaerde

Lees meer
"De gedragsregels van SRA worden nu een stuk serieuzer genomen"

Interview met Wil Wijngaards en Erwin Audenaerde:

Op 1 april 2008 trad Wil Wijngaards terug als voorzitter van SRA. Na zich ruim 10 jaar te hebben ingezet voor de professionalisering van het vak van arbeidsdeskundige vond hij het tijd om het stokje over te dragen. De nieuwe voorzitter van SRA is Erwin Audenaerde, arbeidsdeskundige bij het bureau Heling & Partners. Samen blikken Wil en Erwin terug op de afgelopen 10 jaar en bespreken zij de toekomst van SRA. Wil: 'Ik vind het heel goed dat er nu een arbeidskundige uit de particuliere sector aan het roer komt te staan. SRA vertegenwoordigt beide 'bloedgroepen' en dat moet ook zichtbaar zijn in het bestuur.'

Bouwpastoorke
Wie Wil Wijngaards persoonlijk kent weet dat hij een zeer aimabel en bescheiden mens is. Wanneer hem wordt gevraagd of hij een goede voorzitter is geweest beantwoord hij die vraag steevast met 'Ik heb gewoon het geluk gehad dat ik met een uitstekend bestuur heb mogen samenwerken'. Die opmerking doet echter geen recht aan de sturende en bemiddelende rol die hij jarenlang met succes heeft vervuld. Na enig doorvragen wil hij toch omschrijven hoe hij zijn eigen inbreng ziet. Wil: 'Ik denk dat mijn rol de afgelopen jaren zich nog het beste laat omschrijven als wat wij in Brabant een 'bouwpastoorke' noemen. Ik heb samen met de overige bestuursleden het fundament gelegd, het huis gebouwd en de regels van het huis opgesteld. Nu staat er een goede basis. Maar SRA is er nog niet, er zijn nog veel verbeteringen denkbaar. Nu is het tijd voor de volgende stap. En ik denk dat Erwin de juiste man is om dat proces te begeleiden.'

Noodzaak gedragsregels
Hoe was het met SRA gesteld toen je aantrad? Leefden de gedragsregels toen net als nu? Wil: 'Nee absoluut niet. Bij mijn aantreden in 1997 lagen net de eerste drie zaken op de plank. Die moesten nog behandeld worden. Nut en noodzaak van gedragsregels werden toen absoluut nog niet voldoende ingezien door arbeidsdeskundigen. Er waren toen ook slechts 800 arbeidsdeskundigen geregistreerd. Dat is inmiddels wel veranderd. SRA telt nu ruim 1.800 geregistreerden en de gedragsregels worden inmiddels een stuk serieuzer genomen. Ook door werkgevers zoals UWV, waar de gedragsregels van SRA in het Professioneel Statuut zijn opgenomen. Toch zijn er in mijn ogen nog steeds teveel arbeidsdeskundigen die onvoldoende handelen naar de gedragsregels. Zij zijn geregistreerd omdat hun werkgever dat verplicht, maar in de uitoefening van hun vak zijn zij er nog onvoldoende mee bezig.' Erwin Audenaerde: 'Daar ben ik het helemaal mee eens. Daar ligt voor SRA nog een grote uitdaging. Geregistreerde arbeidsdeskundigen zullen we beter moeten motiveren om actief met de gedragsregels van SRA om te gaan.'

Certificering
Een belangrijke ontwikkeling die tijdens het voorzitterschap van Wil heeft plaatsgevonden is de introductie van de certificering. Wil: 'Erwin was in die tijd voorzitter van de NVvA en samen gingen we de boer op om de certificering van de grond te krijgen. Uiteindelijk zijn we er zelfs in geslaagd er een ISO certificering van te maken. In mijn ogen is dat een belangrijke bijdrage aan de professionaliteit van het vak die zeker in stand gehouden moet worden. Erwin: 'Volgend jaar staat de hercertificering voor de deur en daarom houden we nu samen met de NVvA het huidige proces tegen het licht. Als ik luister naar de geluiden om mij heen zullen er wel een aantal zaken moeten veranderen. Ik denk dat de eisen zwaarder moeten worden. Ook zal gedrag en attitude een grotere rol moeten gaan spelen in de certificering, in ieder geval indirect via de opleidingen. Wil: 'Wat dat betreft is het goed dat de gedragsregels nu deel uitmaken van het beroepscompetentiedossier. Dat betekent sowieso dat arbeidsdeskundigen er bewuster mee om zullen moeten gaan. Erwin: 'dat klopt. Maar daarnaast zou ik persoonlijk graag zien dat er een nog duidelijkere koppeling komt tussen de certificering en de gedragsregels. Ik vind dat gedrag een essentieel onderdeel is van het professionele handelen van arbeidsdeskundigen. Dus waarom bijvoorbeeld niet pas certificering toestaan als men zich ook heeft geconformeerd aan de gedragsregels van SRA?'

Aanpassing gedragsregels
Eén van de eerste taken van de nieuwe voorzitter is het tegen het licht houden van de gedragsregels. Wat kunnen de arbeidsdeskundigen op dat terrein verwachten? Erwin: 'Daar kan ik nu nog niet meer over zeggen dan dat wij een werkgroep hebben ingericht die een voordracht aan het bestuur zal doen. Maar een belangrijk gegeven is wel dat we de geregistreerde arbeidsdeskundigen willen betrekken bij dit proces. En ook juridische en ethische experts. Als bestuur willen wij aanpassingen doorvoeren die breed gedragen worden en voortkomen uit ervaringen in de praktijk. Ook zou ik graag zien dat de gedragsregels de betrokkenheid van arbeidsdeskundigen vergroten. Dat kan volgens mij als wij actiever met de gedragsregels omgaan. Wil: 'Dit is ook een mooi moment om een nieuwe weg in te slaan. Er liggen nu een aantal uitspraken en nu kunnen wij dus bekijken wat wel en niet goed is gegaan. En of er trends zijn te signaleren. Dat was een paar jaar geleden natuurlijk anders.'

Profilering
Een ander belangrijke bijdrage van Wil is de profilering van SRA geweest. Hij is zelfs de bedenker van de naam 'Aanr'ader'. Zijn er op het gebied van communicatie nog koerswijzigingen te verwachten? Wil: 'De afgelopen jaren hebben we vooral de nadruk gelegd op verbeteren van de interne communicatie. Daarnaast hebben we geprobeerd SRA zichtbaarder te maken bij belangrijke externe partijen. Ik denk dat wij daar aardig in zijn geslaagd. Maar onder de nieuwe voorzitter zullen ongetwijfeld weer andere accenten gelegd worden.' Erwin: 'Ik denk dat wij ons meer moeten gaan richten op de toegevoegde waarde van SRA. Wat mij betreft gaan wij meer en actiever communiceren over thema's zoals ethiek en professioneel gedrag. Wat dat betreft vind ik het symposium zoals dat onlangs in samenwerking met NVvA werd gehouden een mooi voorbeeld: Daar werden ethische dilemma's besproken waar arbeidsdeskundigen in de dagelijkse praktijk tegenaan kunnen lopen. Heel verhelderend en vooral leerzaam. Een goed voorbeeld van een constructieve samenwerking met NVvA en met een duidelijke meerwaarde van de SRA inbreng. Zo mag het van mij in de toekomst vaker.'
Tot slot: Wil, ga je SRA missen? Wil: 'Jullie zijn nog niet helemaal van me af. Ik blijf nog tot eind dit jaar in het bestuur zitten en ook in de redactie van de Aanr'ader. Maar ik vind het niet erg om nu een stapje terug te doen. Het is een mooie tijd geweest en ik heb het met heel veel plezier gedaan!

Lees meer
Symposium over ethiek groot succes

Op 12 juni organiseerde SRA in samenwerking met NVvA een symposium onder de naam 'Wankele aarden, ethische dilemma's voor arbeidsdeskundigen'. Tijdens het symposium werd dieper ingegaan op de beroepsethiek van arbeidsdeskundigen.
Onder leiding van dagvoorzitter Inge Diepman werden een aantal ethische dilemma's uit de praktijk besproken. Ook kwamen twee sprekers aan het woord. Drs. Robert Dekker, coach van adviesbureau Dynamisch Duo ging dieper in op de theoretische achtergrond van ethiek in relatie tot het werkveld van arbeidsdeskundigen. Hij pleitte ervoor om de definities waarop het ethisch kader van arbeidsdeskundigen is gebaseerd kritisch tegen het licht te houden. Volgens hem zou deze definitielijst moeten worden uitgebreid met bijvoorbeeld een begrip als 'omgeving'. De tweede spreker was Henriëtte Bout , adviseur van het Bureau Integriteit van de Gemeente Amsterdam. Zij besprak een methodiek waarmee morele problemen herkend kunnen worden en reikte oplossingen aan over hoe daar mee om te gaan.
Het symposium was in meerdere opzichten een succes. De opkomst was zeer goed en de deelnemers leverden een actieve bijdrage aan de discussie over ethische dilemma's. Duidelijk werd dat dit onderwerp in de praktijk erg leeft. Daarnaast toonde het symposium aan dat SRA en NVvA elkaar uitstekend aanvullen in hun dienstverlening naar arbeidsdeskundigen. Het bevorderen van de kwaliteit van de uitoefening het vak is een gezamenlijk belang dat hoog op de agenda staat bij zowel SRA als NVvA.

Lees meer
"Kennis van arbeidsdeskundigen vaak onvoldoende"

Interview met Leo Hartveld, bestuurder sociale zekerheid FNV:

Eind vorig jaar voerde FNV een kwalitatief onderzoek uit onder 290 personen die ervaringen met de WIA hebben. In het onderzoek werd ook stilgestaan bij de rol van arbeidsdeskundigen. Leo Hartveld: 'Wat opviel is dat ruim 70 procent van de respondenten van mening was dat arbeidsdeskundigen genoeg tijd uittrokken tijdens de beoordeling. Daar staat echter tegenover dat bijna de helft van de respondenten vond dat arbeidsdeskundigen onvoldoende kennis hadden over de betreffende ziekte of handicap in relatie tot de mogelijkheden voor wat betreft werk. Dat vind ik zorgelijk.'

Door: Herman Klein

Lees meer
"In de uitvoering van de WIA kan nog veel verbeterd worden"

Interview met Alexander Rinnooy Kan, voorzitter SER:

Sinds augustus 2006 is Alexander Rinnooy Kan voorzitter van de Sociaal- Economische Raad (SER). In die hoedanigheid is hij nauw betrokken bij het verstrekken van adviezen aan het kabinet over het stelsel van sociale zekerheid. Eerder maakte hij ook deel uit van de commissie Donner die een nieuw WAO stelsel voorstelde. Namens SRA sprak Herman Foeken met Rinnooy Kan over het huidige stelsel van sociale zekerheid en over problemen in de uitvoering.

Door: Herman Foeken

Voorspelbare problemen
Tijdens uw inaugurele rede sprak u over de snel veranderende wereld die steeds hogere eisen stelt aan burgers. U gaf aan dat een modern stelsel van sociale zekerheid burgers moet ondersteunen bij de ommezwaaien die zij steeds vaker in hun leven moeten maken. Hoe modern is het huidige stelsel? Rinnooy Kan: 'In zijn algemeenheid vind ik het nieuwe stelsel een grote stap in de goede richting. Ik kan mij volledig vinden in het uitgangspunt dat wordt gekeken naar wat iemand nog wél kan. Het is echter duidelijk dat een aantal zaken nog voor verbetering vatbaar is. Sommige problemen waren ook voorspelbaar. Al tijdens mijn periode in de commissie Donner was het duidelijk dat het lastig zou worden om daadwerkelijk alle werknemers die slechts beperkt arbeidsongeschikt zijn aan het werk te houden. Gelukkig wijst een recent onderzoek van de Stichting van Arbeid uit dat het percentage van de 'vijfendertig minners' dat werkt is gestegen naar circa 60%. Hierbij worden wij geholpen door de krapte op de arbeidsmarkt, maar het is in ieder geval een positieve ontwikkeling.'

Wajong
Een andere ontwikkeling is de enorme toestroom in de Wajong. SER-Kroonlid Hans Kamps wees er onlangs nog op dat dit aantal de komende jaren gaat oplopen tot een half miljoen mensen. Hoe kijkt u tegen deze ontwikkeling aan? 'Rinnooy Kan: 'Dat is een zeer zorgelijke ontwikkeling. Het is ook een ontwikkeling die om meer analyse en onderzoek vraagt. Waarom zijn er opeens zoveel meer gevallen van bijvoorbeeld autisme of ADHD? Heeft dat te maken met ouders die alerter zijn of zijn er meer oorzaken aan te wijzen? In ieder geval is het belangrijk dat ook bij deze groep wordt gestreefd naar een aanpak die erop is gericht om te kijken naar wat men nog wel kan. Wajong is nu nog teveel een etiket dat stigmatiseert en medicaliseert. Dat moet veranderen. Deze mensen zijn veel te jong om al af te schrijven. Daar moet de regelgeving dus nog zeker voor worden aangepast.'

Regels zijn regels
Professionals die werken in de uitvoering, zoals arbeidsdeskundigen, hebben te maken met een veel formelere invulling van hun vak. Met name de UWV professionals zijn vaak met handen en voeten gebonden. Cliënten, maar ook ketenpartners, klagen soms over het rigide karakter van grote bureaucratische instanties als UWV en CWI. Creatieve oplossingen zijn vaak niet meer mogelijk. Slaat het 'regel is regel' denken in de uitvoering niet een beetje door? Rinnooy Kan: 'Het is te gemakkelijk om professionals in de publieke uitvoering te verwijten dat zij zich aan de wet houden. Als zij dat niet doen weet men ze immers ook te vinden. Het is moeilijk iedereen tevreden te houden. Bovendien geven ze uitvoering aan een stelsel waarvan we met z'n allen hebben afgesproken dat het wenselijk is. Wij zitten nog steeds in een veranderingstraject en helaas duren veranderingen meestal langer dan gewenst. Tot die tijd moeten wij hopen dat professionals in de uitvoering hun gezond verstand blijven gebruiken.'

Vertrouwen
Welke veranderingen kunnen we wat u betreft nog verwachten? Rinnooy Kan: 'Binnenkort krijgen we als het ware het sluitstuk van de afgelopen 5 jaren. Dan wordt o.a. door de commissie de Vries de Wet sociale werkvoorziening tegen het licht gehouden. Ook zal de Wajong regelgeving aangepast worden. Wat mij betreft worden de regelingen binnen het stelsel van sociale zekerheid in de toekomst opgesteld met als uitgangspunt vertrouwen in plaats van wantrouwen. Niet alles behoeft dan vooraf conform allerlei protocollen en regeltjes bepaald te worden, wat vaak zeer vertragend werkt. Wanneer je werkt op basis van vertrouwen kun je achteraf toetsen of men zich aan de regels heeft gehouden. Als je dat niet hebt gedaan dan volgen sancties. Als dingen structureel niet goed gaan dan wordt 'gedoogbeleid' een halt toegeroepen.'

Regelgeving vereenvoudigen
'Daarnaast kom ik meer en meer tot het inzicht dat hoe complexer een situatie is, hoe beter het is om weinig regels te hebben' aldus Rinnooy Kan. Dit geldt bij uitstek voor de complexe regelgeving in de sociale zekerheid. Veel regels, denk aan Wajong, zijn zo ingewikkeld dat daardoor regelingen niet of misschien zelfs verkeerd worden uitgevoerd. En de betrokken professionals verstarren ervan. Ik denk dat de uitvoering van de WIA flink verbeterd kan worden door de regels te versimpelen en de uitvoering meer op basis van vertrouwen te organiseren.'
Wat zou dat betekenen voor professionals? Rinnooy Kan: 'Hun werk zou dan wezenlijk veranderen. Ze zouden omgeschoold moeten worden. Een dergelijke aanpak resulteert immers in aanzienlijk meer verantwoordelijkheid. Je moet dan ook over vaardigheden beschikken die je nu misschien nog niet hebt. Maar de aard van het werk en de waardering voor het werk zal er ongetwijfeld op vooruit gaan. '

Lees meer
"Arbeidsongeschiktheid is niet iets zakelijks"

Interview met Mis(s) Reni de Boer, Ambassadeur Onbeperkt Nederland:

Reni de Boer werd 6 juni 2007 uitverkozen tot Mis(s) Nederland. Sindsdien zet zij zich namens de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland (CG-Raad) in als Ambassadeur Onbeperkt Nederland. Zij vraagt aandacht voor de belangen van mensen met een lichamelijke beperking en/of een chronische ziekte. Namens SRA sprak de kersverse voorzitter Erwin Audenaerde met Reni de Boer over leven en werken met een lichamelijke beperking en over haar ervaring met arbeidsdeskundigen. Reni de Boer: 'Mijn enige ervaring met een arbeidsdeskundige was in eerste instantie geen succes. Ik barstte in tranen uit.'

Door: Erwin Audenaerde

Zakelijke houding
Reni de Boer heeft Multiple Sclerose en werd gekeurd voor de Wajong toen zij 24 jaar oud was. Reni: 'Ik studeerde nog en had nog nooit gewerkt. Ik was ook nog helemaal niet bezig met geld verdienen. De arbeidsdeskundige waar ik naartoe moest somde heel zakelijk de beroepen op die ik niet uit zou kunnen oefenen om vervolgens tot de conclusie te komen dat ik volledig arbeidsongeschikt was. Daar schrok ik enorm van. Die reactie van mij verbaasde haar. Meestal reageerden mensen juist positiever door de financiële zekerheid die deze beoordeling met zich meebracht, vertelde ze. Toen bleek dat ik op veel vlakken nog onwetend was heeft ze zich wel heel behulpzaam opgesteld. Ze heeft me alles goed uitgelegd en al snel werd me ook duidelijk dat volledig arbeidsongeschikt zijn niet hoeft te betekenen dat je nooit meer zult werken.'

Beeldvorming
Inmiddels is Reni de Boer behoorlijk materiedeskundig. Als ambassadeur houdt zij zich bezig met een aantal beleidsterreinen: gelijke rechten, arbeids(re)integratie, onderwijs en beeldvorming. Welk beleidsterrein heeft haar speciale interesse? 'Alle terreinen zijn belangrijk en interessant, aldus de Boer. Maar persoonlijk houd ik mij erg bezig met beeldvorming. Ik denk namelijk dat beeldvorming essentieel is als we iets willen doen aan de ongelijke rechten van mensen met een beperking. Het feit dat er in Nederland nog steeds geen sprake is van gelijke rechten is niet zozeer het gevolg van discriminatie maar eerder van onbegrip en onwetendheid. Een positieve beeldvorming kan daar verandering in brengen. De Mis(s) verkiezing is daar een goed voorbeeld van. Wij hebben laten zien dat mensen met een beperking niet zielig zijn, maar ook mooi kunnen zijn of talent kunnen hebben. Als die boodschap nog veel vaker onder het voetlicht worden gebracht zal het onbegrip en de onwetendheid minder worden.'

Wajong
Een ontwikkeling die steeds meer in de publiciteit is de laatste tijd is de enorme toestroom in de Wajong. Hoe kijkt Reni als ervaringsdeskundige daar tegenaan? 'De precieze analyse van hoe dat komt, laat ik aan de onderzoekers over. Ik denk dat er een aantal oorzaken zijn aan te wijzen. Bij de CG-Raad zien we ook dat de instroom in speciaal onderwijs toeneemt, als belangrijke toeleverancier van Wajong. Een andere factor van betekenis is dat het nog steeds heel lastig is om werkgevers te overtuigen van het feit dat jonge mensen met een beperking een aanwinst voor het bedrijf kunnen zijn. Teveel wordt nog steeds gedacht in termen van het aantal beschikbare uren en wordt gefocused op het waarom van een beperking. Maar het gaat om de kwaliteit die iemand kan leveren. Op de meerwaarde van iemand.'
Wat zou minister Donner moeten doen om de positie van Wajongers te verbeteren? 'Nog meer middelen inzetten voor (re)integratie. En een oplossing voor dat werken nu niet loont voor Wajongers. De CG-Raad heeft daar onlangs een rapport over uitgebracht dat ik aan minister Donner heb aangeboden. Ik hoop dat hij de aanbevelingen van de CG-Raad overneemt. Maar ook belangrijk is dat de wetgeving op het gebied van gelijke rechten minder vrijblijvend wordt. Het zou heel goed zijn als Nederland het verdrag van de Verenigde Naties over gelijke rechten voor mensen met een beperking ratificeert. Wetgeving in Nederland moet veel krachtiger worden, anders verandert er niets. Misschien zou het ten aanzien van de Wajongers zelfs goed zijn als werkgevers, al is het maar tijdelijk, verplicht worden gesteld met een quotum te werken.'

Heldere communicatie
Wat is de visie van Reni op de reïntegratie van Wajongers en de rol van arbeidsdeskundigen daarin? 'Ik heb het zelf heel belangrijk gevonden dat degene die mij beoordeelt niet degene is die mij helpt om aan het werk te komen. Ik vind dat hele verschillende dingen en ik wil als klant niet het gevoel hebben dat ik met iemand te maken heb met twee petten op. Ook vind ik de kwaliteit van een arbeidsdeskundige belangrijk. Daarom vind ik een keurmerk als SRA ook zo goed. Dat maakt het voor klanten duidelijk dat de arbeidsdeskundige die hen helpt (of bij het UWV of bij een privaat reïntegratiebedrijf) aan een bepaalde kwaliteit voldoet. Het enige dat ik arbeidsdeskundigen mee zou willen geven is dat zij helder moeten communiceren. Wat voor hen logisch en vanzelfsprekend is hoeft dat niet te zijn voor de persoon aan de andere kant van de tafel. Alle regels zijn ontzettend ingewikkeld en het is voor veel mensen lastig om die allemaal te doorgronden. Ook is het helemaal niet vanzelfsprekend dat mensen alleen op geld uit zijn. Veel mensen willen echt werken en vinden het verschrikkelijk om volledig arbeidsongeschikt te worden verklaard. Arbeidsongeschiktheid is dus niet iets zakelijks. Er zit een hele gevoelige kant aan en het is daarom belangrijk dat arbeidsdeskundigen zich oprecht verdiepen in de persoon die zij aan tafel hebben.'

Lees meer
"Beroepsethiek verbindt alle arbeidsdeskundigen"

Henriette Bout, Bureau Integriteit:

Lees meer
"Behoorlijk handelen is meer dan bejegening"

Alex Brenninkmeijer, de Nationale ombudsman:

Lees meer
"Tuchtrecht is een kwaliteitsinstrument"

Interview met Aleid Wolfsen, lid Tweede-Kamerfractie van de PvdA:

Aleid Wolfsen kwam de afgelopen periode vooral in het nieuws vanwege zijn succesvolle strijd om het burgemeesterschap van Utrecht. Sinds 2002 is hij lid van de Tweede Kamer waar hij zich vooral richt op strafrecht en tuchtrecht. Eerder was hij rechter en vicepresident van de rechtbank . In 2007 was Wolfsen betrokken bij de totstandkoming van de Gedragscode Behandeling Letselschade, ook wel de Code van Tilburg genoemd. SRA sprak met Aleid Wolfsen over tuchtrecht in het algemeen en over het belang van een gedragscode in het bijzonder.

Door: Erwin Audenaerde

Tuchtrecht
Wat is het belang van tuchtrechtspraak? 'In mijn ogen is tuchtrecht een kwaliteitsinstrument. Het is zeer positief als een beroepsgroep zichzelf scherp houdt en kwaliteit nastreeft. Er wordt door rechters ook veel waarde toegekend aan tuchtrechtspraak. In civielrechtelijke procedures kan een tuchtrechtelijke uitspraak van invloed zijn op de uitspraak van een rechter. Ik vind dat een goede zaak. In het tuchtrecht wordt namelijk meestal vanuit een breder kader naar een situatie gekeken. Er is bij de betrokkenen meer kennis aanwezig over het vakgebied en de wijze waarop het vak uitgeoefend dient te worden. Een rechter kijkt meestal toch veel technischer naar een zaak. Een tuchtrechtelijke uitspraak kan een rechter dus helpen om een beter afgewogen oordeel te vellen. Juist bij arbeidsdeskundigen vind ik overigens het tuchtrecht van nog groter belang. Het werk van arbeidsdeskundigen heeft een enorme impact op het leven van cliënten. Daarom is het een goede zaak dat de beroepsgroep zich toetsbaar opstelt'.

Erkenning
Bij SRA neemt het aantal klachten toe. Denkt u dat het feit dat een tuchtrechtelijke uitspraak kan helpen in een civielrechtelijke procedure hier de oorzaak van is? Wolfsen: 'Dat weet ik niet, dat zou onderzocht moeten worden. Ik denk wel dat er ook andere factoren van invloed zijn. Burgers worden steeds mondiger en de claimcultuur neemt toe. En uit het onderzoek 'Slachtoffers en aansprakelijkheid' dat de Vrije Universiteit van Amsterdam in opdracht van het Ministerie van Justitie heeft uitgevoerd, blijkt dat in schadeprocedures veel teveel aandacht is voor de materiële kant. Slachtoffers hebben ook zeer sterke immateriële behoeftes. Zij hebben behoefte aan erkenning en willen dat het proces dat aan een uitspraak vooraf gaat bevredigend verloopt. Deze behoeftes bij slachtoffers worden nu sterk onderschat. Misschien ligt daar ook een reden voor het aantal klachten. Bejegening is van een groter belang dan veel mensen willen beseffen .'

Code van Tilburg
De Code van Tilburg is een gedragcode voor letselschadespecialisten. Hoeveel aandacht is er voor bejegening in die gedragscode? 'Ik zou haast zeggen dat de Code van Tilburg voor 90% over bejegening gaat. De Code is geheel gericht op de snelle, soepele en transparante afhandeling van een zaak. Kernwaarden zijn dat het slachtoffer centraal staat en dat respectvol met het slachtoffer wordt omgegaan. In het contact draait het om erkenning, luisteren en zorg. Dat is allemaal bejegening. Overigens had ik sommige elementen van de Code liever nog verder aangescherpt. Mijn voorstel om een zaak automatisch bij de Ombudsman neer te leggen als die meer dan twee jaar in beslag neemt heeft het helaas niet gehaald.'
De Code van Tilburg kent geen klachtsysteem met sancties. Waarom niet? 'In het geval van een gefundeerde klacht kan men al naar de Ombudsman Verzekeringen stappen. Ik zie de toegevoegde waarde dus niet zo. De Code is vooral bedoeld om letselschadeclaims beter, sneller, slachtoffervriendelijker en ook goedkoper af te wikkelen. Partijen kunnen nu heldere afspraken maken, niet alleen over de inhoud maar ook over de procedure en termijnen.'

Overzichtelijkheid
Wat is u opgevallen bij uw inspanningen om het tuchtrecht in Nederland beter op de kaart te zetten?
Wolfsen: 'In de Kamer houd ik mij momenteel ook bezig met het verder professionaliseren van het tuchtrecht voor juridische beroepen zoals dat van notarissen en accountants. Wat mij iedere keer weer opvalt is dat cliënten zo ontzettend veel partijen tegenover zich vinden. Een slachtoffer krijgt te maken met belangenbehartigers, met verzekeraars, met medici, met advocaten, met arbeidsdeskundigen etc. Men ziet door de bomen het bos niet meer. Ik zou graag zien dat die onoverzichtelijkheid verbetert. Die kleurt immers voor een belangrijk deel de beleving van het proces dat een cliënt doorloopt. En vaak niet in positieve zin. Om die reden heb ik er bij de minister op gehamerd dat er bij accountants één loket komt voor zowel klachten over wettelijke als over niet-wettelijke taken van accountants.'
Zou dat ook een idee zijn voor de beroepen die zich richten op mens, arbeid en inkomen? Er is in dat werkveld immers sprake van een zekere wildgroei aan beroepen en die conformeren zich lang niet allemaal aan een gedragscode. Zou een algemeen 'Tuchtcollege Arbeid' voor die beroepen een toegevoegde waarde hebben? Wolfsen: 'Zoiets zou ik van harte toejuichen. Bij cliënten zou dat een hoop duidelijkheid scheppen. Bovendien zouden de beroepen die zich aansluiten aan die paraplu van elkaar kunnen leren. Creëer één loket en help daarachter de cliënten op maat, en elkaar.'

Positief
Is er iets dat u arbeidsdeskundigen mee zou willen geven? Wolfsen: 'Wat tuchtrecht betreft zou ik willen benadrukken dat het iets positiefs is. Vaak wordt tuchtrecht vanuit een beroepsgroep als iets negatiefs ervaren, maar dat is het niet. Je kunt ervan leren. Ik heb mezelf daarom ook aangeleerd altijd in positieve bewoordingen over tuchtrecht te praten.
Wat de gedragscode betreft denk ik dat het verstandig is om de bevindingen van het vervolgonderzoek van het Ministerie van Justitie in de gaten te houden. Daarin zal verder onderzoek worden gedaan naar het belang van immateriële zaken voor slachtoffers in schadeprocessen. Bejegening zal ongetwijfeld veel aandacht krijgen. Ik denk dat er een voortdurende wisselwerking moet zijn tussen het tuchtrecht en gedragsregels en dat er aanpassingen gemaakt moeten kunnen worden als de praktijk daar aanleiding toe geeft.
Verder is het denk ik belangrijk dat je als professional realiseert dat je de personificatie bent van de organisatie waar je voor werkt. Als je voor UWV werkt bén je in de ogen van een cliënt UWV. Iemand vroeg mij tijdens de campagne voor het referendum in Utrecht hoe ik tegen de baliemedewerkers van de gemeente aankijk. Toen was mijn antwoord: Dat zijn de belangrijkste mensen van de gemeente. Want zij zijn de gemeente! Als het contact met burgers daar al fout gaat dan zullen de negatieve gevolgen daarvan gedurende het gehele proces merkbaar blijven. Dat is in de klantcontacten van arbeidsdeskundigen niet anders.'

Lees meer
"Sociale vaardigheden bepalen het succes van arbeidsdeskundigen"

Interview met Kete Kervezee, inspecteur-generaal van de Inspectie Werk en Inkomen:

De Inspectie Werk en Inkomen (IWI) houdt toezicht op de uitvoeringsorganisaties die de sociale verzekeringswetten uitvoeren. Ook oordeelt IWI over de werking van de hele keten van werk en inkomen. SRA sprak met inspecteur-generaal Kete Kervezee over toezicht houden binnen de sociale zekerheid en over de professionaliteit van arbeidsdeskundigen.

Door: Michel Verhoeven

Interactief toezicht
Kete Kervezee is sinds maart dit jaar inspecteur-generaal bij IWI. Daarvoor vervulde zij dezelfde functie bij de Inspectie van het Onderwijs. Welke visie heeft Kervezee op het functioneren van toezichthouders? 'Ik geloof niet in toezichthouders die binnen komen vallen om eens even te kijken of alles wel gaat zoals het moet. Ik geloof in interactief toezicht. Dat houdt in dat wij samen met de te onderzoeken instanties bepalen hoe en waarop getoetst zal worden. Die organisaties zullen daarvoor dus ook intern te rade moeten gaan. Zij moeten het gewenste functioneren van hun professionals eerst zelf in kaart brengen. Ik ben ervan overtuigd dat je als toezichthouder pas maximale resultaten kunt boeken als je je kunt verplaatsen in de ander. Die werkwijze was in het onderwijs succesvol en die zullen we ook binnen het toezicht op de sociale zekerheid meer gaan toepassen.'

Signaalfunctie
Wat dient de rol van een toezichthouder te zijn? Houdt het op bij toetsen en oordelen? Kervezee: 'Nee, absoluut niet. Ik vind dat toezichthouders daarnaast een belangrijke signaalfunctie hebben. Als een toezichthouder bepaalde trends signaleert dan dient daar iets mee gedaan te worden. Zo heeft IWI samen met de Sociaal-Economische Raad gesignaleerd dat de Wajong in de huidige vorm niet voldoet. Jonge mensen komen nu veel te vroeg aan de kant te staan en dat is voor niemand goed. Niet voor de mensen zelf, die vaak echt wel willen, en niet voor de samenleving. De minister heeft nu een voorstel ingediend om het eindoordeel op te schorten tot het 27e levensjaar. Het is een belangrijke taak van toezichthouders om aan de bel te trekken als zich ongewenste ontwikkelingen voordoen. Dat geldt dus ook voor SRA.'

Hogere deskundigheid
Hoe kijkt Kervezee aan tegen de professionaliteit van arbeidsdeskundigen? 'Wij houden natuurlijk niet rechtsreeks toezicht op arbeidsdeskundigen, maar indirect via UWV. Ik vind het heel goed dat bij arbeidsdeskundigen het bijhouden van vakkennis is geborgd en dat men zich conformeert aan een gedragscode. Dat komt de professionaliteit van het vak ten goede en professionaliteit is de enige sleutel tot kwaliteitsbevordering. Van arbeidsdeskundigen mag ook een hogere deskundigheid worden verwacht. Zij hebben te maken met mensen die vaak al een hoop tegenslag hebben meegemaakt. Om die mensen echt te kunnen helpen en daarbij rekening te houden met de belangen van alle betrokken partijen vraagt om verschillende vaardigheden. Een optimale vakkennis is voor een professionele beroepsuitoefening onontbeerlijk, maar ook uitmuntende sociale vaardigheden zijn essentieel. Dat geldt voor arbeidsdeskundigen dubbel en in het kwadraat.'

Lees meer
© 2018 Stichting Register Arbeidsdeskundigen