Nieuwsoverzicht

Poll: Hoe ervaart u het video- en beeldbellen?

Zondag 15 maart 2020 heeft het kabinet aanvullende maatregelen voor onderwijs, horeca en sport aangekondigd om de verspreiding van het coronavirus te beperken. Wij krijgen heel veel vragen over arbeidsdeskundige onderzoeken. Persoonlijk contact is daarbij de hoofdregel. Iedereen in Nederland wordt gevraagd om waar mogelijk een gepaste afstand van 1,5 meter afstand van elkaar te bewaren in verband met gevaar van besmetting door het Coronavirus.

Lees meer
Omgaan met het inzage- en correctierecht en het maken van conceptrapporten door arbeidsdeskundigen.

Inleiding

Lees meer
De aan(deel)houder wint?!

Het managementboek 'De intensieve Menshouderij' van Jaap Peters en Judith Pouw ligt sinds december 2004 in de boekhandel. In dit boek geven Peters en Pouw hun visie op de in hun ogen toenemende kloof tussen managers en werkvloer. Een zeer herkenbaar onderwerp voor veel arbeidsdeskundigen. Reden voor SRA om eens te praten met de auteurs.

Lees meer
"Claimbeoordeling straks niet meer nodig"

Interview Robin Linschoten: "Het huidige WAO-beleid van minister De Geus zie ik als een onnodige tussenstap", stelt Robin Linschoten, kroonlid van de SER en voormalig staatssecretaris van Sociale Zaken. "Uiteindelijk komen er puur objectieve WAO-criteria, waardoor de rol van claimbeoordelaar zal verdwijnen." SRA sprak met Linschoten over zijn toekomstperspectief voor de WAO en de kansen die hij ziet voor arbeidsdeskundigen. Door: Aart de Boon Volgens Linschoten bestaat in Nederland een redelijke consensus dat het huidige stelsel van sociale zekerheid op de helling moet. "Ik denk dat we op dit moment kunnen kiezen uit drie modellen. Over het eerste model, het ministelsel, wordt al sinds de jaren tachtig gediscussieerd. Globaal komt het erop neer dat de overheid de basis regelt en de sociale partners of anderen de rest. We kennen dit model nu bij de AOW en de pensioenen. In het tweede model ligt de verantwoordelijkheid in de eerste fase van verzuim bij de sociale partners. De overheid concentreert zich op de langdurige gevallen. Dit model kennen we nu min of meer bij de Ziektewet. Het derde model is momenteel onderwerp van studie bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Daar wordt onderzocht of het mogelijk is alle werknemersverzekeringen op te nemen in de arbeidsovereenkomst. De overheid regelt dan de polisvoorwaarden en de sociale partners vullen zelf de rest in." Linschoten geeft het tweede model uiteindelijk de meeste kans. "Het heeft veruit de meeste medestanders, want het levert gigantische besparingen op. Een eeuwenoud probleem uit de sociale zekerheid wordt hiermee opgelost, namelijk dat claimbeoordeling afhankelijk is van subjectieve factoren. Wanneer er objectieve WAO-criteria zijn, kun je zeggen 'U bent na 5 jaar nog niet gereïntegreerd, dan krijgt u nu toegang tot het overheidstelsel.' Daarvoor heb je dus geen artsen of claimbeoordelaars meer nodig. Tel uit je winst." Miljardenmarkt Linschoten ziet ook als voordeel van het tweede model dat de risico's worden neergelegd op de plek waar ze te beïnvloeden zijn, namelijk bij de bedrijven zelf. "Wanneer bedrijven in de eerste fase zelf verantwoordelijk worden voor ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, zullen zij eerder geneigd zijn die problemen aan te pakken. Je ziet die prikkels, dankzij bijvoorbeeld de PEMBA, nu al doorwerken. Bedrijven zullen snel doorkrijgen dat het nieuwe model een behoorlijke schadelast veroorzaakt als men niet goed is voorbereid. In het oude stelsel was de WAO voor bedrijven een oplossing, nu wordt het een probleem. Ik voorzie dan ook dat het bedrijfsleven binnen afzienbare tijd massaal gaan investeren in schadelastbeheersing. Dat wordt echt een miljardenmarkt." Probleemoplosser Die markt zal volgens Linschoten ook het toekomstige werkterrein van arbeidsdeskundigen worden. "Arbeidsdeskundigen moeten uit hun hol komen. Ik zie nu bij veel van hen nog een misplaatste loyaliteit naar hun werkgever. In de wetenschap dat binnen enkele jaren de rol van claimbeoordelaar verdwijnt, kunnen zij zich volgens mij beter richten op een nieuwe invulling van hun vak. Arbeidsdeskundigen moeten zich realiseren dat zij economische meerwaarde moeten leveren. Claims beoordelen heeft geen economische meerwaarde. Een bedrijf helpen zijn schadelast te beheersen of de bedrijfsproductiviteit te verhogen wel. Als arbeidsdeskundigen slim zijn, spelen ze nu al in op die nieuwe situatie. Ik zie de arbeidsdeskundige van de toekomst als een probleemoplosser, een soort employabilitycoach die bedrijven ondersteunt op het gebied van preventie, verzuimbegeleiding, reïntegratie en outplacement. Daar zal grote vraag naar ontstaan." Innovatieve tools Er zijn volgens Linschoten diverse innovatieve tools die arbeidsdeskundigen kunnen inzetten bij het ondersteunen van bedrijven. Als adviseur van Hudson, een bedrijf dat actief is op het gebied van arbeidsmobiliteit, komt hij regelmatig in aanraking met de nieuwste technologische oplossingen. "Dergelijke technieken helpen bijvoorbeeld bij het organiseren van discipline bij verzuimbegeleiding en bij 'profiling'. Arbeidsdeskundigen maken daarvan nog veel te weinig gebruik. Deze technieken worden in Amerika en Australië al gebruikt voor productiviteitsmanagement en aanwezigheidsmanagement. Je kunt ze echter ook inzetten in de lagere managementlagen om discipline bij verzuimbegeleiding te garanderen. En ze zijn handig om gedragspatronen in kaart te  brengen. Deze tools helpen bedrijven dus om problemen op tijd te zien aankomen en actie te ondernemen." Register als keurmerk Hoe ziet Linschoten de rol van een onafhankelijk register in dit veranderende landschap? "Juist omdat de overheid zich terugtrekt is het voor de beroepsgroep belangrijk dat er een onafhankelijk orgaan bestaat dat de kwaliteit van het vak bewaakt. De overheid zal dat niet doen, het is haar taak ook niet. Een register moet echter wel meerwaarde hebben, het moet naar mijn idee een keurmerk zijn. Bedrijven moeten weten dat register-arbeidsdeskundigen de beste professionals zijn. Het register zou dan een perfect marketinginstrument kunnen zijn voor de beroepsgroep." Aantrekkelijk beroep Linschoten verwacht dat het beroep van arbeidsdeskundigen alleen maar aantrekkelijker wordt. "Het is toch veel leuker om problemen op te lossen en een bijdrage aan de bedrijfsproductiviteit te leveren dan claims te beoordelen? Er zullen enorme kansen ontstaan voor arbeidsdeskundigen, maar ze moeten zich er wel op voorbereiden." Ook de problemen rond het voeren van 'slechtnieuwsgesprekken' behoren straks tot het verleden, denkt Linschoten. "In het nieuwe stelsel worden veel minder slechtnieuwsgesprekken gevoerd, omdat problemen eerder gesignaleerd worden. Natuurlijk blijven er altijd vervelende gespreksonderwerpen, maar veel vaker wordt meteen over een mogelijke oplossing gesproken. Al met al wordt het prettiger werken voor iedereen. Voor de werkgevers, de werknemers en de arbeidsdeskundigen." Aart de Boon is vice-voorzitter van de SRA en teammanager Mensschade bij Nationale Nederlanden

Lees meer
Bijeenkomst Professioneel Statuut UWV

 

Lees meer
Vergadering College van Deskundigen

Op 20 januari 2005 kwam het College van Deskundigen (CvD) weer bijeen onder voorzitterschap van Elske ter Veld. Er werd onder meer gesproken over de ontwikkelingen binnen UWV en specifiek de functie van arbeidsdeskundige. UWV gaf hierover een uiteenzetting.

Lees meer
Dreiging richting UWV baart zorgen

In het eerder in Aanr'ader gepubliceerde interview met Corine Houtzagers werd gesproken over dreigingen richting UWV.
Recent verwondde een klant in Breda zichzelf ernstig na het gesprek met de arbeidsdeskundige. Afgelopen week reed een boze klant het kantoor in Hengelo binnen. Het lijken incidenten, maar ze baren het SRA-bestuur wel zorgen.

Lees meer
"Verwachtingen moet je bespreekbaar maken"

Een interview met Dick Freriks, klinisch psycholoog en psychotherapeut van Meander Psychologie. Door: Jan van Hek "Arbeidsdeskundigen worstelen vaak met hun twee petten. Dat is helemaal niet nodig", zegt Dick Freriks, klinisch psycholoog en psychotherapeut. Hij heeft een uitgesproken visie op het vak van arbeidsdeskundige. Freriks is oprichter van Meander Psychologie uit Eindhoven,  een psychologisch adviesbureau op het terrein van ziekteverzuim en arbeidsreïntegratie. De psychologen van Meander werken vaak samen met arbeidsdeskundigen. Werkbezoek Van zijn cliënten kreeg Freriks steeds vaker te horen dat zij veel steun hadden aan een arbeidsdeskundige. Een goed beeld van het werk van arbeidsdeskundigen had hij echter niet. "Ik ben daarom op stap geweest met een  register-arbeidsdeskundige van één van onze opdrachtgevers. Ik heb met hem verschillende huis- en werkbezoeken afgelegd. Dat was zeer verhelderend." Te vrijblijvend Het viel hem vooral op hoe dicht de arbeidsdeskundige bij de cliënt staat. Terwijl psychologen hun cliënten vaak ontmoeten in de spreekkamer, ontmoeten arbeidsdeskundigen cliënten meestal in hun thuis- of werksituatie. Freriks merkte dat het contact tussen cliënt en arbeidsdeskundige daardoor heel intens kan worden. Hij vindt dat een goede zaak, maar plaatst ook een paar kanttekeningen. "Ik heb door de jaren heen gemerkt dat de invulling van het vak van arbeidsdeskundige erg persoonsgebonden is. Er is een aantal arbeidsdeskundigen dat in mijn ogen te zelfstandig of te vrijblijvend denkt en handelt. Zo van: Ik stap in de auto en ga mijn cliënt helpen. Een dergelijke ongestructureerde aanpak werkt naar mijn idee averechts." Freriks benadrukt dat veel arbeidsdeskundigen die hij tegenkomt een uitstekende invulling aan hun vak geven. "Maar er zijn ook arbeidsdeskundigen die hun cliënten de illusie geven dat ze het wel even zullen regelen. Dat is niet reëel. De problematiek is vaak multicausaal en de cliënt is dan gebaat bij een multidisciplinaire aanpak. Een arbeidsdeskundige kan dat niet in z'n eentje oplossen." Spagaat Bovendien merkt Freriks dat sommige arbeidsdeskundigen last krijgen van een te groot verantwoordelijkheidsgevoel. Hij denkt dat dat niet nodig is. "Ik hoor van diverse arbeidsdeskundigen dat zij worstelen met hun  twee petten. Ze moeten zowel de belangen van de cliënt als van de opdrachtgever behartigen. De cliënt wil een oplossing voor zijn probleem, de opdrachtgever wil de schade beperken. Voor hun gevoel belanden ze daarmee in een spagaat, maar eerlijk gezegd vind ik dat ze dat vaak aan zichzelf te wijten hebben. Zij moeten zich beter realiseren wat hun rol is en hun handelen daarop afstemmen." Heldere rol Hij licht toe: "Arbeidsdeskundigen  opereren in een krachtenveld waarin zij degenen zijn die de cliënten in hun leef- en werkomstandigheden ontmoeten. Zij moeten die positie gebruiken om alle aspecten van het leef- en werkmilieu van de cliënt in kaart te brengen voor de overige betrokken disciplines. Dat besef is essentieel, want het vraagt om een bepaalde houding. Cliënten zien de arbeidsdeskundige vaak als hun redder in nood die een zak met geld komt brengen. Het is daarom belangrijk dat de arbeidsdeskundige geen te hoge verwachtingen wekt. De relatie met de cliënt moet vooraf duidelijk gedefinieerd worden. Wat kan ik wel voor u doen en wat kan ik niet voor u doen? Door verwachtingen bespreekbaar te maken kunnen teleurstellingen worden voorkomen. Zowel bij de cliënt als bij de arbeidsdeskundige zelf, maar ook bij de opdrachtgever. Interdisciplinair samenwerken Ook het besef dat arbeidsdeskundigen moeten samenwerken is belangrijk volgens Freriks. "In het gedrag van arbeidsdeskundigen past een zekere bescheidenheid als teamplayer. Samen met verzekeringsartsen, relatiebeheerders en eventuele andere betrokkenen moet hij streven naar een oplossing die voor alle partijen aanvaardbaar is. Gelukkig zie ik nu bij een aantal verzekeraars ontwikkelingen die de deze samenwerking in het reïntegratietraject bevorderen." Hij realiseert zich dat in het verleden al vaker geprobeerd is om in teams samen te werken. "Het verschil is dat er nu ook wordt getraind op samenwerken. Er wordt nu veel meer aandacht besteed aan het omgaan met cliënten, teamleden en opdrachtgevers. Hoe ga je om met iemand die jou als de laatste strohalm ziet, zonder dat je te hoge verwachtingen schept? Hoe overtuig je je teamleden of de opdrachtgever van je standpunt? Het zou goed zijn als ook externe arbeidsdeskundigen vaker bij dit proces worden betrokken. Hun onafhankelijkheid is weliswaar een voordeel, maar ik weet dat veel externe arbeidsdeskundigen graag zouden willen meedenken over een optimale aanpak." Teamplayer De ideale arbeidskundige is volgens Freriks een teamplayer die vooral fungeert als aanjager van het reïntegratieproces. "Hij analyseert de situatie en zorgt voor een optimale communicatie tussen de betrokken partijen. Hij is een klankbord voor de cliënt en speelt een motiverende en ontwikkelende rol. En essentieel daarbij is dat hij verwachtingen bespreekbaar maakt. Zowel naar de cliënt toe als naar de opdrachtgever. Dat schept duidelijkheid en voorkomt onnodige teleurstellingen. De ideale arbeidsdeskundige kent de grenzen van zijn handelen."

Lees meer
© 2018 Stichting Register Arbeidsdeskundigen