Uitspraak 22 oktober 1997
Uitspraak van de Raad van Toezicht SRA terzake van de door R. namens zijn cliënte H., hierna te noemen cliënte, te K bij schrijven d.d. 17 december 1996 ingediende klacht over de handelwijze van arbeidsdeskundige X (R.Ad) van het bureau XX..
FEITEN
Op 5 oktober 1993 vindt een bromfietsongeval plaats, waarbij cliënte letsel opliep aan linkeronderarm, linkerpols en hand. De verzekeraar van de aansprakelijke wederpartij, schakelt een bureau voor letselschade in, hierna te noemen Schaderegelaar , om de letselschade te regelen. Cliënte stelt Schaderegelaar voor om Y. (hierna te noemen arbeidsdeskundige Y)als gezamenlijke arbeidsdeskundige in te schakelen ter vaststelling van de door haar (cliënte) geleden en te lijden schade op huishoudelijk terrein. Nadat schaderegelaar dit voorstel had afgewezen en er geen overeenstemming mogelijk bleek over een andere gezamenlijk te benoemen arbeidsdeskundige, heeft cliënte alleen aan arbeidsdeskundige Y voormelde opdracht gegeven.
Arbeidsdeskundige Y heeft deze opdracht geaccepteerd en een rapport op 28 mei 1996 uitgebracht. Arbeidsdeskundige Y was van mening dat cliënte als gevolg van haar beperkingen tengevolge van voormeld ongeval 11 uur per week vervangende huishoudelijke hulp nodig had en 25 uur per jaar hulp voor groot onderhoud aan haar woning.
Nadat cliënte het rapport van arbeidsdeskundige Y had doorgezonden aan Schaderegelaar, zond laatstgenoemde dit vervolgens, vergezeld van kennelijk nieuwe medische stukken (memo van de verzekeringsgeneeskundige Z. d.d. 5 juni 1996), toe aan het bureau XX, respectievelijk de aan het bureau verbonden arbeidsdeskundige X, met de navolgende opdracht:
'Wilt u zonder betrokkene te bezoeken, op grond van bijgevoegde gegevens, uw
visie c.q. commentaar geven op de inhoud van het rapport d.d. 28 mei 1996 van
arbeidsdeskundige Y, onder opgave van het aantal uren, huishoudelijke hulp, dat naar
uw oordeel als gevolg van het ongeval van 5 oktober 1993 geïndiceerd is.'
Arbeidsdeskundige X heeft deze opdracht geaccepteerd en op 8 oktober 1996 aan Schaderegelaar schriftelijk gerapporteerd. In dat rapport concludeert hij kort samengevat, dat hij, zonder betrokkene bezocht te hebben, de behoefte van cliënte aan huishoudelijke hulp en zelfwerkzaamheid als gevolg van het ongevalletsel vaststelt op 2 uur per week huishoudelijke hulp en 1 uur klein onderhoud per jaar en groot onderhoud 0 uren per jaar.
De klachten
Bij schrijven d.d. 17 december 1996 heeft de R namens cliënte een reeks klachten ingediend bij de Raad van Toezicht, hierna te noemen "de Raad" tegen de handelwijze van arbeidsdeskundige X en, na verweer van arbeidsdeskundige X, bij schrijven d.d. 15 april 1997 nader toegelicht en met een nadere uitvoerige reactie van arbeidsdeskundige Y verder onderbouwd.
Kort en zakelijk samengevat zijn de klachten:
1. Arbeidsdeskundige X had nooit de opdracht van Schaderegelaar mogen accepteren;
2. Arbeidsdeskundige X had zich niet mogen baseren op medische informatie, voor de verstrekking waarvan cliënte geen toestemming had verleend;
3. Arbeidsdeskundige X had nimmer met zo'n grote mate van stelligheid tot de aanzienlijk mindere schade van cliënte mogen concluderen;
4. Arbeidsdeskundige X mist voldoende deskundigheid op het specifieke terrein van de huishoudelijke arbeid om zich op dat punt een oordeel te kunnen vormen;
5. Arbeidsdeskundige X heeft door de wijze van kritiek leveren op het rapport van arbeidsdeskundige Y en de gehele teneur van zijn rapport, in strijd gehandeld met het collegialiteitsvereiste en daarmee de eer en goede naam van de Vereniging van Arbeidsdeskundigen in gevaar gebracht;
6. Arbeidsdeskundige X heeft door zijn rapportage cliënte schade toegebracht, enerzijds doordat zij opnieuw tegen betaling arbeidsdeskundige Y heeft moeten inschakelen om de conclusies van arbeidsdeskundige X aan te vechten en anderzijds doordat het rapport arbeidsdeskundige X extern een te zelfstandig leven is gaan leiden als tweede deskundigenonderzoek.
Cliënte verzoekt de Raad van Toezicht deze klachten gegrond te verklaren en bureau XX dan wel arbeidsdeskundige X te veroordelen de gemaakte extra kosten te vergoeden alsmede om hem te veroordelen voor de onjuistheid van zijn rapport schriftelijk schuld te belijden en excuses aan te bieden aan cliënte.
Verweer
Arbeidsdeskundige X heeft bij schrijven d.d. 19 februari 1997 verweer gevoerd, waaronder een beperkt aantal ontvankelijkheidsweren (waarover later), en kort samengevat gesteld, dat hij niet meer dan een second-opinion heeft gegeven op basis van louter dossier gegevens, waarvoor hij geen contact met cliënte nodig had, en dit ook duidelijk kenbaar heeft gemaakt in zijn rapportage.
Hij mocht z.i. afgaan op de hem ter beschikking gestelde medische gegevens, zonder na te gaan of zijn opdrachtgever gerechtigd was deze gegevens aan hem te verstrekken;
Hij stelt, dat hij wel degelijk zijn bevindingen in deze vorm had kunnen gieten zonder de gedragsregels te schenden, in het bijzonder dat de opdrachtgever hem verzekerd had dat zijn rapportage uitsluitend en alleen bedoeld was als second-opinion en niet om bindend de mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen.
Arbeidsdeskundige X heeft afgezien van een schriftelijke "dupliek".
Mondelinge behandeling
Bij de mondelinge behandeling van de zaak door de Raad van Toezicht op 2 oktober 1997 heeft arbeidsdeskundige X zich laten bijstaan door mr. S., advocaat , die eveneens het woord heeft gevoerd. Cliënte is niet ter zitting verschenen, doch heeft zich laten bijstaan door de heer R., voornoemd, alsmede arbeidsdeskundige Y als deskundige, die allen het woord hebben gevoerd.
Bevoegdheid van de Raad van Toezicht
Op grond van art. 3 van de Statuten van de Stichting Register Arbeidsdeskundigen, hierna te noemen de Stichting, is de Raad in het leven geroepen om conform het Reglement Raad van Toezicht Arbeidsdeskundigen, hierna te noemen "het Reglement" schriftelijk gemotiveerde klachten te behandelen.
Blijkens art. 2 van het Reglement heeft de Raad tot taak behandeling van de bij de Stichting ingekomen klachten inzake de beroepsuitoefening door arbeidsdeskundigen. Ingevolge art.5 Reglement toetst de Raad de klacht aan de hand van de Statuten en Reglementen van de Stichting en de Gedragsregels.
Bij gegrondverklaring van de klacht kan de Raad een beperkt aantal sancties opleggen op grond van het Reglement Sanctiemaatregelen ex art. 23 lid 3 van de Statuten
De Gedragsregels richten zich tot de Register-Arbeidsdeskundige. Mede gelet op het vrijwillige karakter van de inschrijving van een arbeidsdeskundige in het Register van Arbeidsdeskundigen, acht de Raad zich slechts bevoegd het gedrag van een register-arbeidsdeskundige te beoordelen.
Dat betekent, dat de klacht tegen het bureau XX door de Raad niet in behandeling genomen kan worden, omdat dit bureau zelf geen geregistreerd arbeidsdeskundige is.
De Raad is op grond van het Reglement Sanctiemaatregelen niet bevoegd een geregistreerd
arbeidsdeskundige te veroordelen tot vergoeding van een door een klager geleden schade als gevolg van gebreken in diens beroepsuitoefening. Deze taak is voorbehouden aan de civiele rechter.
Ook op het verzoek aan de Raad om arbeidsdeskundige X te veroordelen om zich te verontschuldigen voor zijn gedragingen, zal de Raad niet ingaan. Los van de beperkingen in het Reglement Sanctiemaatregelen, kan niemand veroordeeld worden zich te excuseren voor datgene, van de juistheid waarvan hij is overtuigd.
ontvankelijkheid van de klachten
Arbeidsdeskundige X stelt dat de klachten voor zover deze zijn gericht op schending van de Gedragsregels met betrekking tot de relatie tot de opdrachtgever en/of collegae door de Raad niet in behandeling genomen kunnen worden, omdat de Gedragsregels het klachtenrecht van cliënte ingevolge Hoofdstuk III van de Gedragsregels – Relatie tot de cliënt – zich ingevolge art. 3.5 Gedragsregels beperkt tot de gedragsnormen omschreven in dat hoofdstuk, te weten art. 3.1 recht van de klant om geïnformeerd te worden over het komende onderzoek, de vertrouwelijke behandeling van gegevens ( art. 3.2), de gehanteerde methode van onderzoek (art. 3.3) en de wijze van rapportage (art. 3.4).
De Raad deelt deze opvatting niet. Het Reglement schrijft de Raad zonder enige beperking voor de klacht te toetsen aan o.a. de Gedragsregels. Mede gelet op de doelstelling van de Stichting, namelijk het waarborgen van de kwaliteit van de beroepsuitoefening en het daarbij beoogde publieke belang, is de Raad bevoegd een klacht over de beroepsuitoefening van een arbeidsdeskundige te beoordelen aan alle bepalingen van de Gedragsregels.
De Gedragsregels richten zich tot de register-arbeidsdeskundige. In enkele gevallen wordt in het toepasselijke hoofdstuk melding gemaakt van een klachtrecht, in andere voor de hand liggende gevallen niet. De gedragsregels geven derhalve geen limitatieve opsomming van de gevallen waarin geklaagd kan worden.
m.b.t. de klachten zelf
ad 4
De klacht, dat arbeidsdeskundige X specifieke deskundigheid mist op het terrein van huishouding, treft geen doel.
Het enkele feit dat hij tot andere conclusies komt dan wel een andere methode hanteert dan arbeidsdeskundige Y, welke methode uitvoerig in de nadere reactie van arbeidsdeskundige Y d.d. 23 november 1996 nader is toegelicht, maakt hem niet ondeskundig.
Tijdens de mondelinge behandeling is deze klacht niet verder onderbouwd.
De Raad heeft evenmin op basis van eigen oordeelsvorming kunnen vaststellen, dat het aangevochten rapport van arbeidsdeskundige X dusdanig grote gebreken vertoont in diens kennis op huishoudelijk terrein, dat hij op die grond zijn opdracht ingevolge art. 4.2 Gedragsregels had moeten teruggeven.
ad 5
Ook de klacht, dat arbeidsdeskundige X oncollegiaal heeft gehandeld door de wijze van kritiek leveren op het rapport van arbeidsdeskundige Y, is ongegrond.
Arbeidsdeskundige X heeft kritiek geleverd op een aantal onderdelen van de rapportage van arbeidsdeskundige Y. Deze kritiek is beperkt en helder; door de bondigheid daarvan kan deze stevig overkomen; de grens van het zakelijke wordt niet overschreden. Naast deze kritiek op onderdelen, neemt arbeidsdeskundige X ook een groot deel van de feitelijke bevindingen van arbeidsdeskundige Y over.
Arbeidsdeskundige X's kritiek, inhoudende dat arbeidsdeskundige Y "standaard" verwijst naar algemene methodieken voor het vaststellen van arbeidsongeschiktheid en niet aan de hand van een arbeidsanalyse aangeeft hoe gekomen is tot een arbeidsongeschiktheidspercentage resp. uitvalsuren, heeft een felle reactie van arbeidsdeskundige Y opgeleverd (zie hierboven).
De Raad beperkt zich in dit dispuut tot het volgende:
De Gedragsregels met betrekking tot de inhoud van een arbeidsdeskundige-rapportage, zijn zeer beperkt. De belangen, waarmee een arbeidsdeskundige beroepshalve wordt geconfronteerd zijn groot. Zij vormen veelvuldig aanleiding tot ernstige geschillen in en buiten rechte
Een vakbekwaam uitgevoerd arbeidsdeskundig onderzoek kan dat op zich niet voorkomen.
Wel mag verwacht worden dat de rapportage zodanig zal zijn, dat deze op zich geen bron van conflicten wordt, doordat deze niet duidelijk genoeg is over de wijze waarop de arbeidsdeskundige tot zijn oordeel gekomen is.
Een arbeidsdeskundige dient er op bedacht te zijn, dat zijn rapportage jarenlang een eigen leven gaat leiden. Het is daarom van het grootste belang, dat een arbeidsdeskundige volstrekt helder in elke rapportage aangeeft op basis van welk door welke medicus opgesteld beperkingenpatroon, op basis van welke feiten, verkregen langs welke in de rapportage beschreven wijze, en op basis van welke arbeidsdeskundige analyse, hij/zij per onderdeel tot welke conclusies komt.
Collegiale kritiek op de wijze van rapporteren is belangrijk en zal dan ook niet snel tot schending van de gedragsregels op het punt van de collegialiteit leiden, tenzij deze kritiek apert onjuist is of in nodeloos grievende bewoordingen is gesteld.
I.c. is de Raad van oordeel dat de kritiek van arbeidsdeskundige X te dezer zake noch apert onjuist is noch nodeloos grievend. Wel had arbeidsdeskundige X er verstandiger aan had gedaan zich tot het onderhavige rapport te beperken en daarom het woord "standaard" niet te bezigen.
Ook het feit, dat arbeidsdeskundige X tot een afwijkende conclusie komt ten aanzien van de omvang van de schade van cliënte doet op zich geen afbreuk aan de reputatie, die arbeidsdeskundige Y zich de loop van de jaren als deskundige op huishoudelijk terrein heeft opgebouwd.
ad 2
De klacht dat arbeidsdeskundige X geen gebruik had mogen maken van het medisch rapport Z., omdat de uitdrukkelijke toestemming van cliënte daarvoor ontbrak acht de Raad eveneens ongegrond.
Een arbeidsdeskundige mag uitgaan van de hem door zijn opdrachtgever verstrekte medische informatie, tenzij hem aanstonds en op eerste gezicht duidelijk is dat deze medische
informatie onrechtmatig verkregen is. Daarvan is i.c. onvoldoende gebleken.
De Raad merkt op dat cliënte aan Schaderegelaar, de opdrachtgever van arbeidsdeskundige X, machtiging had verleend kennis te nemen van de medische gegevens, uiteraard met de bedoeling daarmee om tot een vaststelling van de omvang van de schade te komen. De opdracht aan arbeidsdeskundige X ligt in het verlengde daarvan. Voorts heeft arbeidsdeskundige X slechts het door deze medicus vrijgegeven beperkingenpatroon van cliënte ter inzage gehad.
ad 1 en 3
Deze klachten lenen zich voor een gezamenlijke beoordeling. De grondgedachte van de fungerende gedragsregels houdt in, dat degene die onderwerp is van arbeidsdeskundig onderzoek (in art. 1.5 "cliënt" genoemd) vooraf over het onderzoek alsmede over aard, inhoud en doel daarvan wordt geïnformeerd (art. 3.1 Gedragsregels).
Het onderzoek zal gewoonlijk met zich meebrengen, dat allerhande gegevens bij de cliënt worden geverifieerd en dat middels een of meer gesprekken relevante informatie van de cliënt wordt verkregen.
Blijkens de toelichting uit art. 3.4 van de gedragsregels met betrekking tot de verantwoording rapportage is het denkbaar dat behalve dit "volledige" onderzoek, volstaan kan worden met een "dossier commentaar" op door derden aangereikte stukken, hetgeen uit de vormgeving duidelijk moet blijken. De kennelijke bedoeling van dit onderscheid is, dat het "dossier commentaar" een uitzondering vormt op het informatierecht van de betrokkene.
Gegeven dit uitzonderingskarakter mag een "dossier commentaar" slechts een beperkt doel dienen, namelijk niet meer dan een commentaar op het ter beoordeling toegezonden arbeidskundige rapport, en moet daarbij enige terughoudendheid in acht genomen worden ten aanzien van de uitkomsten. Dat gaat niet zover, dat dossier commentaar geen conclusies mag bevatten over de mate van arbeidsongeschiktheid en/of de omvang van de schade.
Weliswaar is dat niet de primaire bedoeling van een dossier commentaar, doch afhankelijk van omstandigheden denkbaar, bijvoorbeeld als het bekritiseerde arbeidsdeskundig rapport onjuiste conclusies bevat die op basis van de in dat rapport gevonden feiten en methode van onderzoek direct voor correctie vatbaar zijn.
De Raad constateert dat de opdracht van Schaderegelaar aan arbeidsdeskundige X in beginsel niet strookt met opgemelde uitgangspunten van de gedragsregels. Immers, de vraag naar opgave van het aantal huishoudelijke uren dat naar het oordeel van arbeidsdeskundige X geïndiceerd is als gevolg van een ongeval vergt in beginsel een volledig onderzoek, waaronder begrepen contact met de cliënt, hetgeen dezelfde opdracht juist verbood.
Weliswaar bevatte de opdracht naar de letter slechts een verbod om cliënte te bezoeken, hetgeen strikt genomen andere vormen van contact, bijvoorbeeld schriftelijk of telefonisch dan wel overleg met haar gemachtigde niet uitsloot. De strekking van de opdracht was echter duidelijk en arbeidsdeskundige X heeft deze terecht opgevat als een dossiercommentaar.
In de boven omschreven omstandigheden diende een dossier commentaar primair voor de beantwoording van de vraag of het rapport van arbeidsdeskundige Y een deugdelijke basis kon zijn om de schade te regelen, zo nee waarom niet, of nader arbeidsdeskundig onderzoek noodzakelijk is.
De Raad constateert dat het rapport van arbeidsdeskundige Y niet duidelijk genoeg is over de uitgangssituatie. Weliswaar verwijst zij naar het rapport van 20-10-1995 van de plastisch chirurg, Prof. de J, maar onduidelijk blijft of zij is afgegaan op een door deze medicus vastgestelde belastbaarheid, dan wel dat zij zelf deze belastbaarheid heeft vastgesteld of aangevuld, in woorden heeft omschreven of in patroon heeft uitgedrukt.
Arbeidsdeskundige X gaat aan deze omstandigheid voorbij. Hij gaat daarentegen uit van een belastbaarheidspatroon van een andere medicus en van een andere datum (memo verzekeringsgeneeskundige Z. d.d. 5 juni 1996), waarvan hij tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat hij deze memo volledig in zijn rapportage heeft overgenomen en als uitgangspunt heeft genomen voor zijn nader onderzoek.
Zuivere dossierkritiek had kunnen bijdragen tot helderheid over de uitgangspunten op dit onderdeel. De door arbeidsdeskundige X gehanteerde methodiek zorgt voor extra verwarring.
Omdat de beide medische uitgangspunten in de twee rapportages mogelijkerwijze verschillend zijn, zal de arbeidskundige uitwerking daarvan al snel verschillen.
De Raad moet constateren, dat arbeidsdeskundige X zich niet heeft beperkt tot dossier commentaar, doch een nieuw arbeidsdeskundig onderzoek heeft verricht op basis van het "voorwerk" van arbeidsdeskundige Y en op basis van (mogelijk) andere medische uitgangspunten volgens een andere arbeidsdeskundige analyse, zonder echter cliënte vooraf te informeren of de mogelijk nieuwe gegevens bij haar te verifiëren.
X kan worden nagegeven, dat hij vele malen in zijn rapportage heeft aangegeven, dat hij de betrokkene niet heeft gezien of gesproken noch deze heeft geïnformeerd. Deze veelvuldige vermelding rechtvaardigt een schending van de informatieplicht niet, noch maakt zijn onderzoek tot een zuiver dossier-comrnentaar.
Op grond van de in art. 4 lid 1 Gedragsregels genoemde doelmatigheidsregel had het daarom op de weg van arbeidsdeskundige X gelegen met Schaderegelaar in overleg te treden over de inhoud van de opdracht. Hieromtrent heeft hij niets gesteld. Hoe het ook zij, van de heer arbeidsdeskundige X had onder de omstandigheden verwacht mogen worden zich hetzij te beperken tot een zuiver dossier commentaar, hetzij te trachten cliënte of haar gemachtigde alsnog vooraf te informeren.
De omstandigheid dat cliënte niet gediend was van enig persoonlijk contact met Schaderegelaar, is niet van belang.
De omstandigheid dat arbeidsdeskundige X in belangrijke mate is afgegaan op het door arbeidsdeskundige Y verrichte "veldwerk" kan geen afdoende reden zijn om cliënte of diens gemachtigde niet vooraf te informeren. Het tegendeel is het geval. Juist omdat er weinig of wellicht geen feitenonderzoek meer nodig was, kon dit contact beperkt blijven. Niet ondenkbaar zou zijn geweest dat als gevolg van deze beperkte informatieverstrekking alsnog de mogelijkheid van nader contact met cliënte was ontstaan. Het had cliënte en haar gemachtigde immers duidelijk moeten zijn dat Schaderegelaar zonder nader onderzoek nooit het oordeel van een "partijdeskundige" tot de hare behoefde te maken. Indien cliënte in die situatie in haar standpunt zou hebben volhard, dat uitsluitend het rapport van arbeidsdeskundige Y de basis kon zijn voor de vaststelling van haar schade en dat zij op die grond iedere verdere medewerking aan verder onderzoek weigerde, dan was de thans uit de hand gelopen situatie en het feit dat zij nog geen schadevergoeding heeft ontvangen geheel aan haar toe te rekenen geweest.
Op grond van het bovenstaande is de Raad van mening dat arbeidsdeskundige X onvoldoende afstand heeft genomen van zijn opdracht en hij zelf – eventueel via Schaderegelaar – met cliënte in contact had moeten trachten te treden ondanks de opdracht, dan wel zich meer te beperken tot een kritiek op het rapport van arbeidsdeskundige Y en terughoudender te zijn in zijn conclusies.
ad 6
De Raad kan de beroepsuitoefening van een arbeidsdeskundige slechts toetsen aan de gedragsregels; zij kan in beginsel daarom niet de schade vaststellen voortvloeiende uit schending van enige gedragsregel. Niettemin wil de Raad daarover in deze zaak het volgende kwijt: Ook indien arbeidsdeskundige X cliënte wel vooraf zou hebben geïnformeerd, dan wel zijn bevindingen zodanig had ingekleed dat deze als dossier-kritiek zouden kunnen worden aangemerkt, was de kans op extra kosten voor cliënte bepaald niet denkbeeldig geweest. Wie eenzijdig een deskundige inschakelt, kan op weerwerk rekenen, die een nadere reactie van een deskundige noodzakelijk maken. Nu arbeidsdeskundige Y bovendien de nota voor het commentaar aanzienlijk heeft gemodereerd, is het meningsverschil tussen de beide arbeidsdeskundigen niet ten laste van cliënte gebracht.
CONCLUSIES
De Raad acht de klachten gegrond voor zover deze zijn gericht tegen schending van de informatieplicht resp. tegen de wijze van rapporteren. Voor het overige zijn de klachten ongegrond.
De Raad ziet geen reden arbeidsdeskundige X een sanctie op te leggen, mede omdat op dit punt geen eerdere duidelijke uitspraak van de Raad is geweest.