Uitspraak 1 september 2009
Uitspraak
van de Raad van Toezicht van de Stichting Register Arbeidsdeskundigen op de klacht van de klager, tegen de register-arbeidsdeskundige, hierna te noemen de beklaagde.
Procesverloop
Bij brief d.d. 12 mei 2009 heeft klager een aantal klachten ingediend tegen beklaagde. Beklaagde heeft daarop bij brief d.d. 8 juni 2009 gereageerd. Klager heeft bij brief d.d. 29 juni 2009 gerepliceerd. De mondelinge behandeling van de zaak vond plaats op 1 september 2009. Partijen hebben in persoon hun zaak uitvoerig bepleit en vragen van de Raad beantwoord.
Feiten
Klager is als draaier-freeser in loondienst werkzaam, wanneer hij zich op 4 april 2008 ziek meldt. Hij heeft beperkingen m.b.t. langdurig zwaar tillen of dragen en lopen, alsmede m.b.t. staan, knielen of hurken en lopen. Het Plan van Aanpak d.d. 14 juli 2008 gaat uit van volledig herstel. Ten tijde van het onderzoek door beklaagde (aanvang 16 juli 2008) was klager gedurende 4 uur per dag werkzaam in eigen functie. Beklaagde doet onderzoek naar de vraag of eigen werk passend te maken is, welke mogelijkheden voor passende arbeid bestaan, of werkplekaanpassingen mogelijk zijn, en of bemiddeling naar ander werk aan de orde is. Hij concludeert in het tweede gesprek met klager, dat klager ongeschikt is voor eigen werk, dat er geen ander passend werk bij werkgever voorhanden is en dat reintegratie elders de enige optie is. Klager geeft in dat tweede gesprek aan, dat hij bij de werkgever wil blijven werken en dat deze tot reïntegratie verplicht is.
Beklaagde stuurt zijn rapportage in bovengenoemde zin op 25 augustus 2008 per email aan de werkgever met het verzoek dit door te zenden naar klager. Werkgever geeft daaraan bij brief d.d. 3 september 2008 gehoor onder de mededeling aan klager dat de salarisbetaling wordt stopgezet, omdat uit het rapport van beklaagde zou blijken, dat klager niet tot reïntegratie elders bereid zou zijn.
De klachten
1. Beklaagde heeft zich niet onpartijdig opgesteld
2. Zijn rapportage heeft hij niet ondertekend
3. Beklaagde heeft geen serieus werkplaatsonderzoek gedaan
4. Beklaagde heeft een verkeerd beeld over hem geschetst als zou hij arbeidsongeschikt zijn.
5. Beklaagde is niet in de gelegenheid gesteld zich tegen de conclusies van beklaagde te verweren.
Het verweer
ad 1. Beklaagde heeft objectief en professioneel onderzoek geleverd.
ad 2. Klopt, maar beklaagde staat achter de digitale versie van zijn rapport
ad 3. Beklaagde heeft samen met klager op 23 juli 2008 diens werkpek bezocht en
onderzocht. Hij heeft gemotiveerd aangegeven waarom hij klager ongeschikt acht
voor zijn functie.
ad 4. Beklaagde bestrijdt dit; hij heeft aangegeven dat hij voor vele functies op de
arbeidsmarkt geschikt is
ad 5. Beklaagde heeft desgevraagd geantwoord dat er geen garantie op een succesvolle
reintegratie elders is. Beklaagde geeft de cliënt altijd de gelegenheid commentaar te
leveren op de inhoud van zijn rapporten. Hij heeft evenwel niets van klager gehoord.
Overwegingen van de Raad
De Raad kan niet treden in de beoordeling van de feitelijke juistheid van het door beklaagde uitgebrachte advies. De Raad kan slechts een oordeel geven of dit advies, en/of het daaraan ten grondslag liggende arbeidsdeskundig onderzoek, tot stand is gekomen in strijd met de Gedragsregels, in het bijzonder met de daarin vastgelegde zorgvuldigheidsnorm.
Beklaagde neemt deel aan het sociaal-medisch overleg van de werkgever van klager. Dat staat – zoals de Raad meerdere malen heeft aangegeven – op zich niet in de weg om objectief en onpartijdig een arbeidsdeskundig onderzoek uit te voeren.
Uit hetgeen klager heeft aangevoerd en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen, heeft de Raad onvoldoende aanknopingspunten gevonden om te concluderen dat beklaagde partijdig en onzorgvuldig zijn onderzoek heeft uitgevoerd en gerapporteerd.
Het feit dat zijn rapport digitaal is verzonden en door klager via diens werkgever zonder handtekening van beklaagde is ontvangen, is niet in strijd met de Gedragsregels. Klager had zelf op snelheid aangedrongen en was in voorafgaande gesprekken al met het oordeel van beklaagde geconfronteerd.
Het was bovendien duidelijk, dat klager het met die conclusies niet eens was, hetgeen beklaagde ook heeft gerapporteerd.
De Raad kan dan ook niet anders dan concluderen dat beklaagde niet in strijd met de Gedragsregels SRA heeft gehandeld.
Dit oordeel neemt niet weg, dat de Raad met klager van oordeel is, dat het verloop van de gebeurtenissen, het onderzoek van beklaagde daarbij inbegrepen, onbevredigend is.
Klager werkte, voordat hij naar Nederland kwam, als werktuigbouwkundig ingenieur. In Nederland heeft hij bij zijn laatste werkgever zwaar lichamelijk werk moeten verrichten, en is als gevolg daarvan gedeeltelijk arbeidsongeschikt geraakt voor eigen werk. Hij heeft alles op alles gezet om zijn werk te behouden. Het is nogal cru dat daags, nadat klager met zijn werkgever na overleg met de bedrijfsarts een plan van aanpak had opgesteld gericht op volledige hervatting in eigen werk, beklaagde opdracht tot zijn arbeidsdeskundig onderzoek krijgt en korte tijd later rapporteert, dat er binnen het bedrijf van de werkgever van klager in het geheel geen reintegratiemogelijkheden zijn. Vanuit arbeidsdeskundig oogpunt is een contrair standpunt aan het oordeel van de bedrijfsarts denkbaar. Het ware wenselijker geweest, indien beklaagde minder autoritair zijn standpunt zou hebben bepaald en zich niet – mede door klager – in een tijdsklem had laten plaatsen. Tijdens de mondelinge behandeling is het de Raad gebleken dat klager een groot aantal ideeën heeft over de mogelijkheden zijn werkzaamheden aan te passen, maar dat het tot een goed gesprek of een serie van gesprekken niet gekomen is, waaraan zowel de harde opstelling van de werkgever, de onverzoenlijke houding van klager als de stugge houding van beklaagde hebben bijgedragen.
De Raad geeft partijen daarom in overweging, dat beklaagde alsnog met klager daarover in overleg treedt en bij de werkgever van klager daarvoor de ruimte creëert.
Conclusie:
1. De Raad acht de klachten ongegrond
2. De Raad adviseert partijen om onderling alsnog de mogelijkheden tot reïntegratie in eigen bedrijf verder te verkennen.