Uitspraak 25 maart 2010
van de Raad van Toezicht van de Stichting Register Arbeidsdeskundigen op de klacht van klager, tegen de register-arbeidsdeskundige, hierna te noemen beklaagde.
Procesverloop
Bij uitspraak d.d. 28 november 2008, verzonden op 31 december 2008, heeft De Raad een groot aantal klachten van klager tegen beklaagde gegrond verklaard. De Raad had in die zaak haar uitspraak uitgesteld in afwachting van het resultaat van de afspraken die partijen tijdens de mondelinge behandeling op 2 september 2008 onderling hadden gemaakt. Toen dat resultaat uitbleef heeft de Raad haar uitspraak gedaan, zonder acht te slaan op hetgeen ná 2 september 2008 heeft plaatsgevonden. De Raad heeft in haar uitspraak met betrekking tot de op te leggen sanctie het volgende overwogen:
"De door de Raad hierboven vastgestelde schendingen van de Gedragsregels SRA zijn ernstig en rechtvaardigen een schorsing. Nu beklaagde tijdens de mondelinge behandeling heeft aangegeven dat hij de schade voor klager wil beperken door op eigen kosten een nieuw arbeidsdeskundig rapport te maken, is dat voor de Raad aanleiding de op te leggen sanctie te beperken tot een berisping."
Tussen partijen is omtrent de naleving van de hierboven genoemde afspraak opnieuw onenigheid ontstaan. Klager heeft bij brief d.d. 14 oktober 2009 zijn klachten tegen beklaagde ingediend. Beklaagde heeft daarop, na diverse aanmaningen bij brief d.d. 14 januari 2010 geantwoord. Klager heeft daarop uitgebreid gereageerd bij brief d.d. 11 februari 2010.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 25 maart 2010. Klager, vergezeld van zijn schoonzoon, is verschenen en heeft het woord gevoerd. Beklaagde is met bericht van verhindering niet verschenen.
Feiten
m.b.t. de arbeidsverhouding van klager.
Klager had een langlopend arbeidsconflict met zijn werkgever, waarbij hij reeds geruime tijd arbeidsongeschikt was. Beklaagde was door de werkgever ingeschakeld om te rapporteren over de re-integratie-inspanningen en -mogelijkheden. Nadat het verzoek van werkgever aan het CWI om een ontslagvergunning in april 2008 was afgewezen, was klager in september 2008 met zijn werkgever in discussie resp. in onderhandeling over diens voornemen om de arbeidsovereenkomst door ontbinding via de Rechtbank te doen beëindigen.
m.b.t. de in september 2008 tussen klager en beklaagde gemaakte afspraken
Als uitvloeisel van de mondelinge behandeling van de Raad d.d. 2 september 2008 heeft beklaagde met klager op 19 september 2008 een uitvoerig gesprek gehad, waarbij het verleden en tevens de huidige situatie van klager zijn besproken. Klager heeft beklaagde naar zijn zeggen nog enkele ontbrekende stukken ter hand gesteld.
Aan het einde van dit gesprek heeft beklaagde toegezegd binnen een week met een nieuwe conceptrapportage te komen, waarop klager uitgebreid kon reageren.
Beklaagde stuurt vervolgens aan klager op 9 oktober 2008 zijn conceptrapportage. In zijn bijgaande email stelt hij klager in de gelegenheid daarop commentaar te geven en stelt hij tevens voor dat hij na verwerking van die gegevens contact zal opnemen met de werkgever.
In verband met een sterfgeval in klagers familie, stuurde deze – met instemming van beklaagde – later dan aanvankelijk voorzien bij brief d.d. 19 november 2008 zijn reactie op de conceptrapportage.
Beklaagde laat daarna niets meer van zich horen. Bij brief d.d. 16 maart 2009 richt klager zich in scherp gestelde bewoordingen opnieuw tot de SRA over deze affaire. Door tussenkomst van de SRA stuurt beklaagde uiteindelijk bij brief d.d. 15 mei 2009 aan klager een nagenoeg gelijkgebleven 2e conceptrapportage.
Bij brief d.d. 31 mei 2009 biedt beklaagde zijn excuses aan over de gang van zaken en stelt mediation tussen partijen voor. Bij brief d.d. 14 juni 2009 antwoordt klager, dat hij de excuses in de persoonlijke sfeer accepteert, maar dat hij het gebrek aan professioneel optreden van beklaagde echter uiterst laakbaar acht en dit opnieuw aan de Raad van Toezicht wil voorleggen. Klager wijst het voorstel tot mediation af en wil geen verdere energie aan de zaak besteden.
De klachten
De klachten zijn – zeer kort samengevat- de volgende:
- Beklaagde komt zijn afspraken niet na.
- De communicatie en informatievoorziening van beklaagde is ver onder de maat.
- De nieuwe, nimmer afgemaakte conceptrapportage van beklaagde bevat talloze onjuistheden, ondanks het feit dat klager beklaagde daarop in zijn reactie d.d. 19 november 2008 op gewezen heeft.
Het verweer
De reactie van klager d.d. 19 november 2008 bevatte weliswaar zinvolle informatie, ten dele ook niet, terwijl bovendien ernstige twijfels werden geuit over zijn functioneren als arbeidsdeskundige. Omdat klager ook geen mediation wenste, heeft beklaagde zijn voorgenomen werkzaamheden niet kunnen afronden.
Overwegingen van de Raad
De Raad gaat slechts in op de nieuwe feiten ná 2 september 2008.
Beklaagde had wat goed te maken en heeft daarover met klager een zeer concrete afspraak gemaakt, c.q. toezeggingen gedaan. Het is alleen daarom al onaanvaardbaar, dat beklaagde na ontvangst van de reactie van klager d.d. 19 november 2008 zonder enig overleg, ja zelfs zonder enige mededeling of motivering, zijn werkzaamheden heeft gestaakt.
De Raad acht deze handelswijze in strijd met de in de Gedragsregels SRA opgenomen fatsoensnorm, maar ook weinig professioneel.
De brief van klager d.d. 19 november 2008 rechtvaardigde een dergelijke houding allerminst. De brief is weliswaar robuust van toon, maar zakelijk en ter zake. Er komt naar het oordeel van de Raad geen onvertogen woord in voor ten aanzien van het functioneren van beklaagde.
Beklaagde had met deze reactie van klager munitie genoeg om zijn rapport snel af te ronden en in overleg te treden met de werkgever van klager, zoals hij had toegezegd, over zijn aangepaste rapportage. Beklaagde had zich jegens klager niet gebonden al diens gezichtspunten tot de zijne te maken.
De Raad weegt mee dat beklaagde goed op de hoogte was van de precaire arbeidsrechtelijke verhouding, waarin klager – mede door toedoen van beklaagde – verkeerde, en het belang van klager bij een verbeterde rapportage, zoals in september 2008 tussen hen was afgesproken.
Beklaagde is door niets meer van zich te laten horen hoogst onzorgvuldig omgegaan met het belang van klager en het doel van de hele exercitie, namelijk beperking van klagers schade, ontstaan door eerder gemaakte fouten van beklaagde.
De omstandigheid dat beklaagde onder druk van de SRA zijn conceptrapportage in mei 2009 (dus circa een halfjaar later als afgesproken) op enkele punten heeft aangepast, mediation heeft voorgesteld en zijn excuses aan klager heeft aangeboden, acht de Raad van geen belang. De verstoorde verhouding tussen partijen, waarop beklaagde zich in zijn verweer beroept, is niet de oorzaak van het feit dat hij zijn rapportage niet heeft afgerond, maar het gevolg daarvan.
Sanctie
De hierboven geconstateerde schendingen van de Gedragsregels zijn naar het oordeel van de Raad bijzonder laakbaar. Beklaagde was bovendien een gewaarschuwd man. De Raad legt hem daarom de zwaarste sanctie op: doorhaling van de inschrijving als Register-Arbeidsdeskundige in het Openbaar Register voor onbepaalde tijd.
Aldus besloten op 25 maart 2010