Uitspraak CAT 10 september 2014
Dossier 14-08 CAT
Uitspraak van het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege op de klacht van klager
tegen
de registerarbeidsdeskundige, verder te noemen "beklaagde", bijgestaan door haar gemachtigde.
Procesverloop
Bij brief van 28 mei 2014 heeft klager tijdig beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege van 25 april 2014, gegeven tussen klager en beklaagde. Voor het procesverloop bij het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege verwijst het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege naar hetgeen in die uitspraak is vermeld en naar de daarin genoemde stukken onder ‘Procesverloop’.
Klager heeft het door hem verschuldigde bedrag ad € 100,- terzake van administratiekosten tijdig betaald.
Beklaagde heeft een verweerschrift ingediend, gedateerd 21 juli 2014.
De overwegingen
1. Voor de feiten gaat het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege uit van hetgeen door het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege onder ‘Feiten’ in de bestreden uitspraak is vermeld nu het beroep niet daartegen is gericht.
2. In het eerste klachtonderdeel stelt klager dat het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege ten onrechte niet heeft beslist over de klacht voor zover deze betrekking heeft op het optreden van de Ombudsman.
3. Het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege is van oordeel, dat het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege, evenals overigens het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege, niet bevoegd is te oordelen over het optreden van de Ombudsman. Er kan krachtens artikel 1 van het tuchtreglement slechts geklaagd worden over het optreden van een arbeidsdeskundige in het uitoefenen van zijn werkzaamheden. Deze bepaling geldt derhalve niet voor de Ombudsman.
4. Klager noemt in zijn beroepschrift ‘Klacht 2: niet respectvol behandeld’ en verderop in het beroepschrift ‘Klacht 2: onvolledig en ondeugdelijk deskundigenrapport’. Dit laatste onderdeel licht hij als volgt toe.
In het definitieve rapport ontbreken de bijlagen 1 tot en met 9. Daarmee handelt beklaagde in strijd met artikel 3 van de gedragscode. Zij geeft daarbij de controle van haar rapport uit handen; het roept discussies op. Bovendien is niets van wat in het rapport wordt beweerd via bronvermelding te controleren. De door haar in het rapport vermelde en te controleren bronnen waren niet actueel. Klager betwist, dat zij heeft gesproken met [naam beveiligingsbedrijf] in een beweerd telefoongesprek. Zij heeft een oud rapport gekopieerd. Zij heeft ten onrechte als passende arbeid genoemd de functie van assistent calculator onder verwijzing naar [naam training & adviesbureau], welke instelling niets bekend is van een dergelijk competentieprofiel.
De verwijzing klopt dus niet en waarom niet een verwijzing naar de site van [naam van het kenniscentrum voor bouw en infra], waar wel een profiel is uitgeschreven. Zij heeft een onjuiste bron vermeld. De conclusie van het rapport ‘Allen gaven mij aan….’ is gebaseerd op een gerucht.
5. In de eerste met 2 geduide klacht stelt klager dat hij zich niet respectvol behandeld voelt nu beklaagde kennelijk met verkeerde personen heeft gebeld, althans zij niet wist met wie ze belde en zij het rapport niet compleet heeft ingediend.
6. In het derde klachtonderdeel verwijt klager beklaagde financiële onzorgvuldigheid nu zij oncontroleerbare uren bij elkaar harkt en oude rapporten heeft overgeschreven, dat niet zoveel mag kosten. Het rapport werd aan beklaagde niet compleet aangeleverd en de prijs kwaliteit verhouding is ver te zoeken.
7. Het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege oordeelt op de klachtonderdelen als volgt. Voor wat betreft de klachten met betrekking tot de inhoud van het rapport en de declaratie is het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege van oordeel, dat de gedragsregels in beginsel en op de eerste plaats zien op het gedrag van de arbeidsdeskundige en niet op de rapportage zelf en wat daarmee samenhangt.
Artikel 3 van de gedragscode geeft voorschriften waaraan door een arbeidsdeskundige uit te brengen rapportage moet voldoen en luidt:
Indien en voor zover de arbeidsdeskundige ter uitvoering van zijn werkzaamheden een rapport uitbrengt, dan dient dat te voldoen aan de navolgende vereisten:
a. In het rapport wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusie van het rapport steunt;
b. De in de uiteenzetting genoemde gronden vinden op hun beurt aantoonbaar voldoende steun in de feiten, omstandigheden en bevindingen die in het rapport zijn vermeld;
c. De bedoelde gronden dienen de daaruit getrokken conclusies te rechtvaardigen;
d. De rapportage beperkt zich tot het deskundigheidsgebied van de rapporteur;
e. De methode van onderzoek teneinde tot beantwoording van de vraagstelling te komen kan tot het beoogde doel leiden, waarbij de rapporteur de grenzen van de redelijkheid en billijkheid niet overschrijdt.
8. Met het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege is het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege van oordeel, dat het rapport voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet alleen worden in het rapport de gestelde vragen op systematische en heldere wijze beantwoord, maar ook de daar achter gelegen gedachtegang is goed te volgen. Daar komt bij dat beklaagde zoals zij ter zitting heeft toegelicht in feite méér heeft gerapporteerd dan waartoe zij was gehouden. Zij heeft bij diverse onderdelen uitgebreider stilgestaan dan van haar strikt werd verwacht. In zoverre en gelet op de hiervoor genoemde criteria kan het rapport de toets van kritiek ruimschoots doorstaan. Op de door beklaagde genoemde onderdelen van haar onderzoek, die door klager zoals hiervoor verwoord worden bestreden, komt aan het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege geen bevoegdheid toe om daarover een oordeel te geven. Dit geldt met name voor het innemen van het standpunt, dat de functie van assistent calculator al dan niet voor klager geschikt is. Dit behoort tot het domein van de rapporteur en slechts in bijzondere gevallen kan het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege daar een oordeel over geven en wel indien daarbij niet is voldaan aan een van de hiervoor onder 7 sub a tot e genoemde situaties. Daarvan is in dit geval geen sprake.
9. Het niet hechten van alle bijlagen aan het rapport is op zijn minst genomen ongebruikelijk. Beklaagde heeft dit verklaard met de mededeling ter zitting, dat zij bij het concept aan partijen de productie 1 tot 9 had gevoegd en zij daarom volstond met het toezenden van de overige bijlagen gelijktijdig met het eindrapport. Zij heeft aan het aan de rechter gezonden exemplaar wel alle bijlagen gehecht. De daaraan door klager verbonden gevolgen deelt het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege niet.
10. Dit oordeel brengt mee, dat de klacht in al zijn onderdelen ongegrond is en het beroep derhalve eveneens ongegrond is.
Beslissing
Verklaart het beroep ongegrond.
Aldus beslist door het Centraal Arbeidsdeskundig Tuchtcollege op 10 september 2014 door mr. L.F.A. Husson, voorzitter en de heren L. Janssen en P. van Kesteren, leden.
Voor dezen:
L.F.A. Husson